“Binnenkort is er geen Philips product meer op de markt zonder AI”

Kickstart AI: Nieuwe hoogleraren AI betaald door bedrijfsleven

Een maand of twee geleden werd bekend dat vijf bedrijven – Philips, Ahold Delhaize, KLM, ING en NS – een programma opzetten om nieuwe hoogleraren en universitair hoofddocenten AI te werven en leerstoelen te financieren, zodat de studentenstops in dit vakgebied kunnen worden opgeheven. Hoe is dit initiatief ontvangen? Chief Innovation & Strategy Officer Jeroen Tas over de achtergronden van Kickstart AI.

Het duurt niet lang meer of er is bijna geen product meer te koop zonder AI, denkt Jeroen Tas. Als hij voor Philips spreekt, wordt dit al heel snel realiteit. We horen in dit verband vaak het voorbeeld van de slimme tandenborstel die op basis van data over je poetsgedrag je helpt beter te poetsen. Maar het gaat veel verder dan dat. “We hebben zelfs al een slaapoplossing die de verschillende slaapstadia herkent en zichzelf instelt om je diepe slaap te boosten. We kunnen dit soort sensoren, gecombineerd met Deep Learning, nu al op een hele kleine footprint inbouwen in onze producten. Diezelfde en aanvullende AI-principes gebruiken we ook op de intensive care om de vitale kenmerken te meten. En worden ook toegepast in onze MRI-scans en röntgenapparaten om te helpen de patiënt beter te positioneren of scans sneller te laten verlopen. Je kunt toepassingen in het ene gebied dus vertalen naar een ander gebied.”

 

Combinatie wetenschap en bedrijfsleven

AI gaat hoe dus een grote rol spelen in onze maatschappij. Willen we hier als Nederland zelf in mee blijven spelen, dan is het belangrijk dat we voldoende data science experts opleiden. De vraag is of dat gebeurt, want de meeste Nederlandse universiteiten kennen een numerus fixus op de AI-studies. Dit was ook Ahold Delhaize-topman Frans Muller ter ore gekomen. Muller wist dat Philips al jaren nauwe banden onderhield met de Technische Universiteit Eindhoven en zelfs een hoogleraar in dienst heeft die vier dagen per week voor Philips onderzoek doet en een dag per week een leerstoel bezet aan de TU/e. Hij pleegde een telefoontje naar Tas met de vraag: zullen we samen optrekken om hier iets aan te doen?

Daar had Philips wel oren naar. “Onze ervaring is dat het voor hoogleraren interessant is om hun werk aan de universiteit te combineren met een baan in het bedrijfsleven”, aldus Tas. “Niet alleen vanwege het salaris, ook inhoudelijk omdat je een aantal dagen per week in een omgeving zit waar de resultaten van het wetenschappelijke onderzoek daadwerkelijk worden toegepast. Je houdt meer feeling met wat voor het bedrijfsleven of de maatschappij relevant is.”

Nu is samenwerking tussen de academische wereld en het bedrijfsleven niet nieuw, maar de schaal waarop Kickstart AI het aanpakt, is dat voor Nederland wel. Er komen tientallen miljoenen euro’s beschikbaar en het plan is om zeker 25 nieuwe hoogleraren en universitair hoofddocenten aan te trekken voor een periode van vijf tot tien jaar. Tas ziet dat in het buitenland al ervaring is opgedaan met grootschalige samenwerking tussen universiteiten en bedrijfsleven. “Ik ben laatst nog in Toronto geweest om een universiteit te bezoeken die een heel ecosysteem rond onderwijs in AI heeft gebouwd. Dat werkt daar fantastisch. Mijn droom is om ook in Nederland zo’n omgeving op te zetten.”

 

Dertien universiteiten

En dus zochten Muller en Tas medestanders, die ze vonden in de NS, ING en KLM. Afgelopen zomer benaderden ze dertien rectores magnifici van Nederlandse universiteiten. Tas: “Ondanks dat het zomervakantie was, reageerden ze allemaal vrijwel onmiddellijk positief. We voeren nu met elf universiteiten intensieve gesprekken, met twee hebben we zelfs al een gezamenlijk data science lab. Zij plaatsen momenteel al advertenties voor posities. We zitten als topmannen van de vijf bedrijven regelmatig samen om de vinger aan de pols te houden en te kijken op welke onderzoeksterreinen we samen kunnen optrekken.” Er is dus commitment op hoog niveau in de deelnemende organisaties. “Als je wilt dat het slaagt, is dat wel belangrijk”, denkt Tas.

De vijf bedrijven hebben individuele doelen, maar gaan uiteraard ook samen op zoek naar kruisbestuiving. Zo’n terrein is bijvoorbeeld gezondheid, waar zowel Philips als Ahold Delhaize interesse in hebben. Waar Ahold Delhaize meer aan de kant van preventie zit (gezonde voeding) en Philips juist beschikt over data van mensen die al ziek zijn, kunnen door een combinatie van beide datastromen volledig nieuwe onderzoeksvragen worden beantwoord. Als het gaat om baanbrekende inzichten op het gebied van transport en mobiliteit is het juist weer interessant om de data van NS en KLM te combineren. En wil je de impact onderzoeken van financiële situaties of betaalgedrag op zaken als mobiliteit of gezondheid, ligt de combinatie met ING weer voor de hand.

Tas: “Het mooie voor de universiteiten is: ze krijgen door de samenwerking met ons direct veel data ter beschikking waarop ze onderzoek kunnen doen. Als we aanstellingen hebben gerealiseerd, kunnen de hoogleraren dus ook vrij snel aan de slag. Onderzoeksvraagstukken te over.”

Die vragen komen niet alleen vanuit de vijf bedrijven, maar ook uit de challenges die Kickstart AI organiseert om anderen bij het initiatief te betrekken. Dit zijn prijsvragen over nieuwe AI-toepassingen waarmee forse geldprijzen te verdienen zijn. “Op die manier creëren we wat opwinding. Iedereen met een goed idee kan het aanmelden.” Een van de challenges richt zich op gezondheid. “Er liggen zoveel onderzoeksterreinen braak waar AI een bijdrage aan kan leveren. Denk aan voeding, slaap, het beter integreren van mantelzorg in de professionele zorg.”

 

Trust organiseren

Veel van wat nodig is om vaart te maken met onderzoek is er dus al. Over één ding maakt Tas zich nog zorgen: een goede manier om data op een veilige manier te delen, waarbij je in de hele keten kunt monitoren of iemand ook toestemming heeft gegeven om zijn data te gebruiken. “We hebben alle vijf te maken met privacygevoelige gegevens”, zegt hij. “We moeten echt snel een open data infrastructuur realiseren waarmee we veiligheid en consent kunnen garanderen.” Hij vindt het goed dat onder meer het ministerie van VWS hier ook stappen in zet (zie het interview met secretaris generaal Erik Gerritsen elders in deze editie), maar het liefst zou hij zien dat het allemaal nog sneller gaat. Onderzoekers verspillen nu immers teveel tijd aan allerlei zaken die je kunt samenvatten onder de noemer ‘datageneuzel’. Tas: “Als data op een snelle en veilige manier bij elkaar kunnen worden gebracht, kunnen zij hun tijd besteden aan onderzoek in plaats van het organiseren van de randvoorwaarden. Dan komen we nog veel sneller tot resultaat.”

 

 

 

Gerelateerde berichten...

X