Europa’s roep om digitale soevereiniteit is luid, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Toch zijn er organisaties die de afhankelijkheid van Big Tech succesvol proberen te doorbreken. Het is geen kwestie van alles of niets, blijkt uit de ervaringen van vier koplopers.
Sleeswijk-Holstein verwijderde Microsoft Office vorig jaar van 80 procent van zijn werkplekken. Dat levert 15 miljoen euro per jaar op aan bespaarde licentiekosten, tegenover een eenmalige investering van 9 miljoen euro voor de volledige migratie. Terugverdientijd: minder dan een jaar. “Inmiddels is onze koers helder: we kiezen bewust voor digitale soevereiniteit in onze IT”, zegt Dirk Schrödter, minister van Digitalisering in de deelstaat. De reden is even simpel als structureel: publieke administraties zijn afhankelijk van een klein aantal technologieleveranciers met gesloten systemen, waarvan de meeste buiten Europa zijn gevestigd en onder niet-Europese wetgeving vallen, zoals de US Cloud Act. “Die systemen zijn voor ons black boxes. Kennis en beslissingsmacht blijven bij de leverancier. Open source verandert die verhouding fundamenteel”, zei Schrödter deze week tijdens een rondetafelgesprek, georganiseerd door Nextcloud, dat een vervolg was op een eerder gesprek over de kosten van afhankelijkheid.
De deelstaat gebruikt Nextcloud als samenwerkingsplatform ter vervanging van Microsoft SharePoint, LibreOffice als kantoorpakket, Open-Xchange en Thunderbird voor e-mail, en Univention voor identiteitsbeheer. De e-mailmigratie, 40.000 mailboxen met meer dan 100 miljoen e-mails en agenda-items, werd in oktober 2025 afgerond. De Nextcloud-uitrol volgt voor de zomer van dit jaar. Daarna staat de overgang van Windows naar Linux op het programma. De resterende 20 procent van de werkplekken blijft voorlopig afhankelijk van Microsoft, omdat specifieke software zoals SAP diep verweven is met Excel en Word. Voor die systemen, deels gedeeld met andere Duitse deelstaten, staat 2029 als deadline. “Als je digitale soevereiniteit wilt, moet je deze uitdagingen het hoofd bieden. Er is geen alternatief”, aldus Schrödter.
De infrastructuurmuur
Terwijl Sleeswijk-Holstein het bewijs levert dat migreren loont, worstelt het Franse ministerie van Onderwijs met een hindernis die niemand had voorzien. Benoît Piédallu, projectmanager digitale infrastructuur bij het ministerie, heeft 400.000 van de beoogde 1,2 miljoen medewerkers aangesloten op apps.education.fr, een open source platform met Nextcloud als kern — onder de naam Nuage — aangevuld met diensten voor videovergaderen en documentbewerking. De technische architectuur voor volledige uitrol staat: 40 Nextcloud-instanties, maximaal 100 gigabyte opslag per gebruiker, gemiddeld gebruik van 3 gigabyte, totale opslagbehoefte van 1,2 petabyte. Wat de uitrol vertraagt is niet de software maar de hardware. “We zitten midden in de AI-hardwarecrisis”, zegt Piédallu. “Opslag uitbreiden is op dit moment te duur.”
De paradox is opvallend. Europa wil digitaal soeverein worden, maar de hardware waarop die soevereiniteit moet draaien is schaars en duur door de mondiale AI-infrastructuurrace. De afhankelijkheid verschuift van software naar silicium. Er is nog een tweede complicerende factor: gebruik van het platform is niet verplicht. De 900.000 leraren die het ministerie telt, krijgen geen computer van de overheid en gebruiken thuis wat ze willen. De uitrol naar 1,2 miljoen draait daarom op overtuiging, niet op beleid. “Dit jaar gaan we iedereen actief benaderen om uit te leggen waarom ze zich zouden moeten aansluiten”, zegt Piédallu.
Radicalen met een voorsprong
Waar overheden nog aan het migreren zijn, is Amnesty International Spanje al jaren klaar. Carlos López-Belenguer, IT-infrastructuurmanager bij de Spaanse sectie van de organisatie, begon veertien jaar geleden met de overgang naar open source, niet omdat het moest, maar vanuit principe. “We wilden onze data controleren, slechte reacties op het werk van onze organisatie voorkomen en ervoor zorgen dat we de kennis hadden om alles vanaf de grond opnieuw op te bouwen als dat nodig was”, zegt hij. De aanpak leverde jarenlang scepsis op. “We werden radicalen genoemd omdat we het Microsoft 365-paradigma niet adopteerden. Tegenwoordig vragen mensen ons om advies, dus we denken dat we onderweg iets goed hebben gedaan.”
Amnesty host alles zelf in een eigen rack in een neutraal datacenter en draait op Nextcloud, LibreOffice en Debian en Ubuntu Linux. Die zelfstandigheid heeft een prijs. Goede open source-leveranciers zijn schaars in Spanje, en de organisatie moet providers soms zelf opleiden. “We weten soms meer dan de leverancier”, zegt López-Belenguer. “Het open source-paradigma betekent dat je meer in mensen moet investeren dan in licenties. Je moet de kennis bezitten.” Het Franse ministerie herkent dit. “We hebben een team voor vrije software binnen het ministerie, maar er zijn niet genoeg mensen en middelen”, zegt Piédallu. Omdat publieke salarissen niet kunnen concurreren met de private sector, werkt het ministerie samen met kleine Franse bedrijven die open source-diensten leveren.
Principes als datastrategie
Milieudefensie, de Nederlandse klimaatorganisatie die Shell voor de rechter sleepte, migreerde om dezelfde reden waarvoor ze procedeert: principes. De organisatie host al twintig jaar alles zelf, en koos bij de overstap naar een cloudoplossing bewust voor LeafCloud, een Amsterdamse hostingprovider die de restwarmte van servers gebruikt voor stadsverwarming. “De meest milieuvriendelijke provider die we konden vinden”, zegt systeembeheerder Machiel van Veen. “En gevestigd in Nederland, wat ook belangrijk is.” Ook de DNS houdt Milieudefensie in eigen beheer. “Op elk niveau van je infrastructuur moet je erover nadenken, anders lek je alsnog data”, zegt Van Veen.
Voor de 200 gebruikers van de organisatie werkt de setup goed, maar er is één terugkerend bezwaar: nieuwe gebruikers vinden de interface minder gepolijst dan wat ze gewend zijn van Microsoft of Google. Dat is een patroon dat alle vier de organisaties herkennen. De technologie werkt, de financiële business case klopt, maar gebruikers die twintig of dertig jaar met de bekende gesloten systemen hebben gewerkt, moeten wennen. Schrödter is nuchter over de oplossing. “Je moet een stapsgewijze transitie plannen vanuit het perspectief van de medewerker. Met de juiste begeleiding kun je de voorwaarden scheppen om de nieuwe oplossingen te gebruiken.”
Wie bezit de code
Een fundamentele vraag in het soevereiniteitsdebat is hoe onafhankelijk een organisatie werkelijk is als de open source software die ze gebruikt wordt onderhouden door ontwikkelaars buiten Europa. Frank Karlitschek, oprichter en CEO van Nextcloud, wijst op twee structurele garanties. De Amerikaanse Cloud Act geldt voor bedrijven, niet voor individuele burgers die bijdragen aan open source projecten. En Nextcloud kan nooit proprietary worden, omdat de code eigendom is van iedereen die er ooit aan heeft bijgedragen. Een licentiewijziging is daarmee structureel onmogelijk. Wie toch twijfelt aan de richting van het project kan de code altijd ‘forken’. Nextcloud ontstond zelf op die manier, als afsplitsing van ownCloud. De onafhankelijkheid zit niet in de nationaliteit van de mensen die de code onderhouden, maar in de structuur van het eigendom.
De markt bevestigt de beweging. Volgens Nextcloud verdrievoudigden de leads in 2025 ten opzichte van het jaar ervoor en kwamen meer dan twee miljoen nieuwe gebruikers aan boord. Nederland laat daarbij de hoogste groei zien in Europa, met KPN, Centric en SURF als actieve partners. Dit zijn cijfers van Nextcloud zelf, niet onafhankelijk geverifieerd, maar de richting wordt breed herkend.
De echte drempel voor organisaties die de overstap overwegen ligt niet in de technologie maar in de randvoorwaarden: verouderde systemen die niet loskomen van gesloten afhankelijkheden, een markt voor open source expertise die de vraag niet kan bijhouden, en hardware die te duur is geworden door een crisis die niets met soevereiniteit te maken heeft. De vraag is niet of het kan. Sleeswijk-Holstein heeft dat al bewezen. De vraag is vooral wanneer organisaties besluiten dat de kosten van afhankelijkheid zwaarder wegen dan de kosten van de overstap.