Ook in de IT-wereld geldt het recht van de sterkste. Talent, hardware en andere digitale vereisten zijn schaars. Hoe kunnen organisaties van alle soorten en maten innovatief blijven zonder de hoofdprijs te betalen? Tijdens Rust. (lees: “rustpunt”) in Hilversum vliegt PQR het probleem vanuit allerlei digitale invalshoeken aan.
Elke uitdaging voor organisaties is anno 2026 in isolatie verre van nieuw. De opeenstapeling van kopzorgen, van torenhoge prijzen voor systeemgeheugen, voortdurende AI-ontwikkelingen en een gebrek aan (betaalbaar) IT-talent maakt de huidige situatie echter uniek, stelt Marco Lesmeister, Managing Director bij PQR. Het recht van de sterkste, geopolitiek voelbaar, is ook binnen het digitale domein te merken. De afhankelijkheid van Amerikaanse hyperscalers en andere softwarespelers maakt prijsstijgingen lastig te omzeilen. Ook als het om AI gaat (dat volgens Lesmeister praktisch voor “Absurde Innovatie” staat), is de adoptie ervan vol van kopzorgen. De technologie moet na een succesvolle pilot voordelig zijn, maar de problemen draaien veelal om de verbinding met bedrijfsdata. Alleen door die koppeling is AI in staat de vele beloftes voor organisaties waar te maken.
Generalistische specialist

PQR is in de voorstelling van Lesmeister een “generalistische specialist” om hun klanten te assisteren. Op papier is men van zeven markten thuis, van verschillende soorten cloud naar networking, security en werkplekbeheer. Schaarste heeft op al deze gebieden een grote impact. Denk aan de prijzige aanschaf van of grote wachttijden voor servers om een private cloud te vernieuwen, verhoogde licentiekosten of een gebrek aan expertise om nieuwe innovaties te implementeren.
Voor PQR zelf is de puzzel niet zomaar gelegd. Expertise van medio 2024 over Retrieval-Augmented Generation (RAG) om bedrijfsdata te verbinden met AI-modellen, moest begin 2025 alweer verrijkt worden met hoe het Model Context Protocol hierop inspeelt. Vervolgens is er anno 2026 de noodzaak om OpenClaw te duiden: wat als AI je gehele computer aanstuurt en volledige taken overneemt? Hoe doe je dit veilig? Pas nu, enkele maanden later, is er een oplossing gekristalliseerd om de functionaliteit van deze autonome AI te benutten. Het is maar een voorbeeld uit velen waarbij kennis voortdurend verschuift. Dat is waarom PQR het overzicht moet bewaren als IT-dienstverlener. Klanten horen misschien niet van RAG, MCP of OpenClaw, maar komen via PQR te weten wat praktisch haalbaar is voor een zakelijke AI-inzet. Die vertaalslag is waar de puzzelstukjes neerdalen.
Leven in schaarste
Je zou denken dat die rol op harde eisen moet rusten. Klanten verlangen meetbare resultaten, SLA’s en contracten. Lesmeister van PQR constateert alleen dat die verlangde resultaten en afspraken eigenlijk niet te vangen zijn in vaste formuleringen. In plaats daarvan dient het bedrijf volgens hem verder te denken dan de basale vereisten en om ontwikkelingen te anticiperen.
Dat vertaalt zich regelmatig in bekende oplossingen. Zo complex is de IT-wereld misschien ook weer niet, wetende dat het paraat hebben van bedrijfsdata voor een technologie als AI dezelfde eis is als gold voor de adoptie van de public cloud of “Big Data” in eerdere jaren. Daarnaast is een gelaagde back-upstrategie niet uniek aan 2026, of het benutten van je IT-hardware op een duurzame, efficiënte manier. Tijdens schaarste worden al die vereisten echter vele malen belangrijker.
Denk aan de waarde die bedrijven laten liggen door dure licenties voor M365 of Google Workspace af te nemen zonder hun eigen data voor deze werkplek-suites geordend te hebben. Of stel je de nieuwe rollen voor die je beste IT-medewerkers vervullen als ze dankzij automation repetitieve taken niet meer hoeven te doen.
Grip op de toeleveringsketen

Dit thema van doen wat werkt met de middelen die voorhanden zijn, houdt ook Peter van der Meijden, Field CTO bij PQR, bezig. De markt kampt met een reusachtig chiptekort, met name als het om geheugen gaat. Volgens Van der Meijden hebben diverse grote organisaties hier nog onvoldoende op ingespeeld. Tekorten in DRAM, HBM-geheugen en NAND-flash zijn direct voelbaar voor iedereen met een datacenter, mede doordat de markt afhankelijk is van slechts drie grote DRAM-leveranciers. Gezien de technologische overeenkomsten is HBM ook tot die drie partijen beperkt; in feite is dat hoogwaardige, gestapelde DRAM voor AI-chips. Tegelijkertijd bieden traditionele harde schijven (HDD’s) een te trage doorvoersnelheid om de eisen van moderne AI-toepassingen bij te benen. Desondanks moeten organisaties waar mogelijk toch alternatieven zien te verzinnen om niet volledig zonder hardware te zitten.
Om organisaties toch vooruit te helpen, schetst Van der Meijden hoe schaarste in de praktijk te lijf gegaan kan worden door scherpte aan te brengen in de bestaande architectuur en processen. Hij illustreert dit aan de hand van verschillende strategische klantkeuzes. Denk allereerst aan het slimmer vernieuwen van de infrastructuur in plaats van het volledig vervangen dat voorheen binnen het kostenplaatje paste.
Een klant stond voor de volledige vervanging van een Twin Datacenter, inclusief een verdubbeling van de opslag en hardware, wat een initiële investering van 20 miljoen euro zou vergen. In plaats van deze route te volgen, hielp PQR om een nieuwe balans aan te brengen door de klant capaciteit te laten verschuiven van de uitwijklocatie naar de productieomgeving. Omdat het werkgeheugen van de servers tegen de limiet aan zat, paste men memory tiering toe via VCF 9, waarbij NVMe SSD’s als uitbreiding van het DRAM inzetbaar zijn. Toegegeven, dat levert wat prestaties in, maar is bij een slimme, beperkte inzet zeker waardevol. Bestaande servers werden geoptimaliseerd en garanties verlengd. Het resultaat was dat de infrastructuur in fases kon worden vernieuwd op basis van actuele beschikbaarheid van componenten. Ook daalde de initiële investering met 35 procent; de zware CAPEX-uitgave werd eveneens 12 tot 24 maanden uitgesteld.
Daarnaast moeten klanten kritisch kijken naar datagebruik en retentie. Bij een andere organisatie naderde de opslagcapaciteit de grens van 90 procent. De reflex was een geplande NVMe-uitbreiding en ook nog eens het verhogen van het retentiebeleid, wat al ruimschoots voorbij de juridische eis was. Uit een diepgaande analyse bleek echter dat een enorm deel van de opgeslagen data in de praktijk nooit meer werd benaderd. Door in te zetten op object storage en een archiefplatform op basis van reguliere HDD’s, kon de data-architectuur op de schop. Ook het retentiebeleid hield PQR kritisch tegen het licht: de wettelijke bewaarplicht was 5 jaar, terwijl men al op 7 jaar zat. Voor die extra jaren werd de transitie naar voordelige tape storage gemaakt. Hierdoor werd direct 30 procent capaciteit vrijgemaakt, wat de afhankelijkheid van high-end opslag verlaagde en de noodzaak voor nieuwe NVMe-opslag met 12 tot 18 maanden uitstelde.
Ten derde is pragmatisme voor AI-hardware vereist. Een medisch onderzoeksbedrijf wilde starten met een nieuwe AI-omgeving, waarvoor zware enterprise server-architectuur met high-end GPU’s was bedacht. Omdat deze componenten momenteel noch leverbaar, noch betaalbaar zijn, dreigde het project te stranden. De oplossing werd gevonden in een vendor shift tijdens de proof of concept-fase. Door voor de productie af te stappen van schaarse enterprise hardware en in plaats daarvan zware consumenten-GPU’s van fabrikanten als ASUS en Gigabyte in te zetten, konden de AI-initiatieven direct starten. Dit bood de benodigde rekenkracht en flexibiliteit, terwijl de beheerlast door een gefaseerde opbouw overzichtelijk bleef.
Het zijn ietwat onorthodoxe keuzes, ook omdat de licenties en softwaredrivers lang niet altijd voor organisaties ideaal zijn. Het is alsnog een betere optie dan stilstand en dwingt creatieve oplossingen af. PQR’s bredere punt, impliciet in alle voorbeelden, is dat je allerlei manieren hebt om je IT-infrastructuur en -strategie te verfijnen. Het draait daarbij vaak om elementen die in tijden van weelde onbesproken blijven, maar in tijden van schaarste uiterst kritiek blijken.
Een breder instrumentarium
De boodschap van Van der Meijden is dat organisaties aanzienlijk meer wendbaarheid hebben dan vaak wordt aangenomen. PQR adviseert klanten altijd te starten met een grondige impact-inventarisatie. Oftewel: hoe staat het platform er werkelijk voor als je kijkt naar hardware, software, clouddiensten en de toeleveringsketen?
Vervolgens is het zaak om over alle fronten een multi-vendor strategie te omarmen en open te staan voor alternatieven. Wat dat betreft is PQR ook niet gehuwd aan een enkele partner, ook al onderhouden ze sterke relaties met allerlei IT-vendoren. De praktische strategische verandering varieert van het inzetten van refurbished hardware (B-supply) of het kritisch kijken naar de impact van dure licenties, tot het aanzienlijk verkleinen (resizen) van de Disaster Recovery-omgeving. Ook ogenschijnlijk simpele ingrepen zoals garantieverlengingen, datacompressie, deduplicatie, het strakker instellen van retentie of het migreren van ontwikkel- en testomgevingen naar de cloud, kunnen direct verlichting bieden. Het zijn precies deze pragmatische stappen die, ondanks een markt van tekorten, zorgen voor tijdelijke compute-ruimte en daarmee ademruimte om digitaal te blijven vernieuwen.
Lees ook: De cloud in eigen datacenter: wat Azure Local wel en niet kan