Het vertrouwen van Nederlanders in kunstmatige intelligentie groeit, maar gaat gepaard met duidelijke reserves. Dat blijkt uit recent onderzoek van KPMG, waarin het gemiddelde vertrouwenscijfer voor AI-tools uitkomt op een 5,8. Daarmee is de technologie weliswaar over de fase van pure hype heen, maar nog niet aangekomen bij onvoorwaardelijk vertrouwen.
Vertrouwen
Volgens Marc van Meel, Team Lead Responsible AI bij KPMG, is die ontwikkeling verklaarbaar. “Op het gebied van AI hebben we ondertussen het punt bereikt waar we ooit bij het internet stonden: van hype naar realisme. Het vertrouwen is de afgelopen jaren gegroeid, maar wel met een slag om de arm.” De cijfers ondersteunen dat beeld. Bijna twee derde van de Nederlanders (63 procent) beoordeelt het vertrouwen in AI met een zes of hoger. Ruim een kwart geeft zelfs een zeven, terwijl extreme oordelen zeldzaam zijn: slechts zeven procent geeft een één en twee procent een tien.
De onderzoekers spreken daarom van een gematigd positief vertrouwen, gecombineerd met terughoudendheid. Die voorzichtigheid blijkt vooral uit de sterke wens om de mens betrokken te houden. Zo vindt 84 procent van de respondenten menselijke supervisie onmisbaar bij belangrijke beslissingen. Daarnaast is 83 procent van mening dat AI nooit volledig zelfstandig mag beslissen over zaken die het dagelijks leven direct raken. Het idee van een organisatie die uitsluitend uit AI bestaat, zonder menselijke medewerkers, wordt door slechts één op de vijf Nederlanders als realistisch gezien.
Zorgen over misbruik en verlies van controle
Hoewel veel Nederlanders vooral kansen zien in AI, leven er ook duidelijke zorgen. De verspreiding van nepinformatie staat daarbij met stip bovenaan. Maar liefst 89 procent vreest dat AI zal worden ingezet voor het maken van deepfakes, bijvoorbeeld video’s waarin politici uitspraken lijken te doen die zij nooit hebben gedaan. Ook privacykwesties baren zorgen: 85procent is bang dat AI-systemen persoonlijke gegevens verzamelen en delen zonder heldere toestemming.
Daarnaast maakt 83 procent zich zorgen over het gebruik van AI als wapen in oorlogssituaties en vreest 81 procent dat menselijke tussenkomst op termijn steeds verder zal verdwijnen.
Slimmer of juist dommer?
Net als ooit bij de overgang van hoofdrekenen naar de rekenmachine, verwachten veel Nederlanders dat AI invloed zal hebben op hun denkvaardigheden. Tools als ChatGPT en Google Gemini roepen uiteenlopende verwachtingen op. Zo denkt 35procent dat AI hen op termijn dommer zal maken, terwijl 38 procent juist verwacht slimmer te worden. Een derde blijft neutraal.
“Deze cijfers laten zien dat de algemene houding tegenover AI gematigd en afwachtend is,” concluderen de onderzoekers. Voor het onderzoek, uitgevoerd samen met Ipsos I&O, werden meer dan duizend volwassen Nederlanders ondervraagd. AI wordt daarmee niet gezien als een wondermiddel, maar ook niet als een directe bedreiging, eerder als een krachtige technologie die om zorgvuldige omgang vraagt.