Alsnog diagnose door nieuwe analyse oude genetische test

dna genetische test

Een oude genetische test kan door nieuwe analyse alsnog een diagnose opleveren. Direct na de test krijgt ongeveer een derde van de patiënten met een zeldzame genetische aandoening een diagnose. Na een nieuwe analyse met verbeterde software is dat vijf jaar later meer dan de helft. Dat blijkt uit een studie van het Radboudumc gepubliceerd in Genome Medicine.

Mensen met een zeldzame aandoening hebben vaak een fout in hun DNA die de ziekte veroorzaakt. Artsen brengen daarom hun DNA in kaart met een techniek die sequentieanalyse heet. Met slimme software speuren ze naar genen met een foutje. Zo krijgt een derde van de patiënten een diagnose. Lukt dat niet, dan is het advies: kom over een paar jaar nog eens terug en doe de genetische test opnieuw maar dan met de nieuwste technieken.

Advies

“Slechts de helft van de patiënten volgt dat advies op en klopt opnieuw aan bij het ziekenhuis”, vertelt promovenda Gaby Schobers van de afdeling Genetica van het Radboudumc. “Dat is zonde, want wij hebben een studie waaruit blijkt dat we een paar jaar later dankzij moderne technieken het aantal diagnoses kunnen opkrikken van een derde naar 53%.”

Samen met kinderneuroloog Jolanda Schieving, verbonden aan het Amalia kinderziekenhuis, volgde Schobers 150 kinderen met neurologische aandoeningen, zoals epilepsie. Schobers: “Na de eerste test kregen 47 kinderen direct een diagnose. Alle anderen bekeken we tot vijf jaar na de test opnieuw. De helft meldde zich zelf zoals geadviseerd, de andere helft kreeg een oproep. Wij voerden een nieuwe analyse uit op de oude DNA-metingen. Als we dan nog niks vonden, brachten we het DNA opnieuw in kaart. Zo kregen in totaal 32 patiënten alsnog een diagnose.”

De onderzoekers vonden meer genetische fouten, omdat de ontwikkelingen in de genetica razendsnel gaan. “Sommige genen hadden we eerder ook al gevonden, maar zijn pas in de afgelopen jaren in verband gebracht met een bepaalde aandoening”, legt Lisenka Vissers, hoogleraar translational genomics, uit. “Daarnaast spoort nieuwe software meer fouten op. Ook is de techniek van sequentieanalyse verder ontwikkeld. Dankzij betere chemicaliën krijgen we lastig te bereiken stukjes DNA nu wel in beeld.”

Diagnose

Hoewel de diagnose voor sommige patiënten pas jaren later komt, is die alsnog heel waardevol. ‘Daar zijn medische redenen voor. Een diagnose maakt duidelijk wat de oorzaak is voor de problemen van de patiënt en geeft mogelijk opties voor behandeling en ondersteuning’, vertelt Schieving. ‘Maar daarnaast is duidelijkheid ook fijn voor de patiënt. We krijgen vaak heel dankbare reacties van ouders van kinderen die na jaren zoeken de oorzaak horen van een aandoening.’

De onderzoekers adviseren bij het uitblijven van een diagnose om op tijd weer aan de bel te trekken. Schieving: “We kijken dan nogmaals naar de patiënt. Soms zijn er nieuwe aanwijzingen voor een bepaalde aandoening. Daarna kun je dankzij een nieuwe analyse of DNA-test mogelijk een oorzaak achterhalen.”

En wat doen we met de helft die dan alsnog geen diagnose krijgt? Vissers: “We testen nu een uitgebreidere analyse, waarbij we niet alleen naar de genen kijken, maar ook naar het tussenliggende DNA. Hopelijk vinden we daarmee straks nog meer oorzaken van aandoeningen.”

Dit onderzoek is gepubliceerd in Genome Medicine: Reanalysis of exome negative patients with rare disease: a pragmatic workflow for diagnostic applications. Gaby Schobers*, Jolanda H. Schieving*, Helger G. Yntema, Maartje Pennings, Rolph Pfundt, Ronny Derks, Tom Hofste, Ilse de Wijs, Nienke Wieskamp, Simone van den Heuvel, Jordi Corominas Galbany, Christian Gilissen, Marcel Nelen, Han G. Brunner, Tjitske Kleefstra, Erik-Jan Kamsteeg, Michèl A.A.P. Willemsen*, Lisenka E.L.M. Vissers*.

Lees ook:

Gerelateerde berichten...

X