De geopolitieke spanning rondom Groenland zou een katalysator kunnen zijn om Europese overheden weg te krijgen van Amerikaanse digitale infrastructuur. Grote veranderingen zouden zich bevinden in de cloudopslag en de infrastructuur voor online vergaderingen.
Amerikaanse president Trump kondigde op zaterdag importheffingen aan van 10 procent (vanaf 1 februari) met verdere verhogingen in zicht voor acht Europese landen die militairen naar Groenland sturen: Nederland, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Zweden, Finland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.
EU-ambassadeurs bereikten zondag brede overeenstemming om de inspanningen te intensiveren om Trump te ontmoedigen de tarieven in te voeren, terwijl ze zich ook voorbereiden op vergeldingsmaatregelen. Donderdag volgt er nog een spoedoverleg om de opties te bespreken.
Europa’s handelswapen
Eén van de opties die onder discussie ligt is het Anti-Coercion Instrument (ACI) dat een grote impact zou hebben op de digitale infrastructuur van Europese overheden. Het tot nu toe nooit gebruikte ACI kan de toegang tot overheidsopdrachten, investeringen of bankactiviteiten beperken, net als de handel in diensten waarin de VS een overschot heeft met de EU, inclusief digitale diensten.
De EU zette dit instrument op in 2023 met China en de VS in gedachten, omwille van eerdere importheffingen. Het instrument kan legitiem worden ingezet als bescherming tegen economische dwang nodig is. De recente beslissing van president Trump naar de EU-lidstaten die Groenland ondersteunen, zou daaronder kunnen vallen doordat het gezien kan worden als een economische afpersing.
Frankrijk pusht al voor activering van het ACI, terwijl de Ierse premier Micheál Martin waarschuwt dat het “een beetje voorbarig” is om het ongebruikte instrument te activeren.
Dominante positie Amerikaanse techspelers onder druk
De technologiesector zou grote verschuivingen kunnen zien als Europa het ACI activeert. Vooral de dominante positie van Amerikaanse spelers in Europa maakt hen kwetsbaar. Binnen het ACI kunnen deze spelers nog maar beperkte toegang krijgen tot overheidsopdrachten. Terwijl Europese overheden nu massaal oplossingen van Amerikaanse spelers gebruiken.
Microsoft Azure, Amazon Web Services (AWS) en Google Cloud beheersen gezamenlijk ongeveer 70 procent van de Europese cloudmarkt. Deze infrastructuur is het digitale fundament geworden voor duizenden Europese bedrijven en overheidsinstellingen. Als het ACI wordt geactiveerd, kan Europa de toegang tot overheidsopdrachten aanzienlijk beperken of zelfs volledig blokkeren voor deze Amerikaanse spelers.
Reality check
Europese overheden zijn zelf ook massaal afhankelijk geworden van Amerikaanse infrastructuur. Microsoft-contracten voor Officie 365, Teams en Azure-cloudinfrastructuur zijn eerder de regel dan de uitzondering. Dat is bovendien zeker niet de enige Amerikaanse speler die diep geworteld zit in Europese overheden. Software van Salesforce, Adobe en Oracle zijn andere voorbeelden.
Overstappen naar Europese alternatieven kost tijd. Bovendien is het zelfs niet zeker dat Amerikaanse digitale infrastructuur ook werkelijk door overheden wordt vervangen. Het ACI biedt Europa alleen de mogelijkheid om Amerikaanse bedrijven uit te sluiten van nieuwe aanbestedingen en lopende contracten niet te verlengen eens deze zijn afgesloten.
Het overschakelen naar een Europees alternatief zou een grote klus zijn voor een Europese overheid. Een aanbod van volwaardige alternatieven is de laatste jaren wel op poten gezet, al blijft het beperkt. OVHcloud (Frankrijk), IONOS (Duitsland), en Whitesky (België) zijn de belangrijkste namen.
Tegelijk is het dan ook weer moeilijk strijden met een land dat belangrijke data van je beheert. In de Amerikaanse cloudomgevingen bevindt zich namelijk gevoelige overheidsdata, die Amerika een voordeel opleveren als de zaken escaleren. Op dat vlak bewijst deze geopolitieke situatie maar weer eens dat een goed Europees alternatief voor de Amerikaanse cloudspelers noodzakelijk is.
Tevens vormt het bewijs dat het soevereine cloudaanbod niet beschermt tegen politieke inmenging. Deze oplossingen geven wel technische soevereiniteit en verwerken data veel dichter bij de bron wat de snelheid van de dataverwerking ten goede komt. Toch blijven de Amerikaanse spelers met deze oplossingen niet vrij van Amerikaanse wetgeving, waaronder de Cloud Act waarmee de Amerikaanse overheid inzage in data kan eisen.
Lees ook: De juridische spagaat van cloudopslag
Winnen aan een stevige kostprijs
Europa staat voor een fundamentele keuze. Het activeren van het ACI tegen de VS is ongekend en zou de trans-Atlantische relatie op scherp zetten. Tegelijkertijd is de boodschap uit Brussel duidelijk: economische chantage wordt niet getolereerd, zelfs niet van een bondgenoot.
Toch is de symbolische en strategische impact niet te onderschatten. Voor Nederland raakt dit direct: Amerika importeerde in de eerste tien maanden van 2025 voor 2,2 miljard dollar aan halfgeleider-productieapparatuur uit Nederland, vooral van ASML. ASML waarschuwde al eerder dat indirecte gevolgen van handelstarieven soms groter kunnen zijn dan rechtstreekse effecten, omdat Amerikaanse chipmakers investeringen uitstellen.
De Europese technologie-industrie zou de grote winnaar kunnen zijn van een gedwongen “digitale onafhankelijkheidsverklaring”, maar de transitie zal pijnlijk zijn en vraagt om urgente voorbereiding. Voor techbedrijven in Europa is dit het moment om zich voor te bereiden op een potentieel nieuwe realiteit waarin Europese soevereiniteit van theoretisch concept naar concrete noodzaak transformeert.
Lees ook: Europa verkoopt catalogus, klanten willen platform