Digitale criminaliteit is inmiddels verantwoordelijk voor ongeveer de helft van alle aangiften die bij de Nederlandse politie binnenkomen. Toch wordt lang niet de helft van de opsporingscapaciteit ingezet om deze vorm van criminaliteit te bestrijden. Dat scheve beeld baart de politie grote zorgen, zo blijkt uit nieuwe toelichtingen van de Politie en uitspraken van korpschef Janny Knol.
Digitale misdaad
Volgens Knol is het politiebestel historisch vooral ingericht op de aanpak van traditionele, lokale criminaliteit, zoals woninginbraken, straatroof en geweldsdelicten. Digitale criminaliteit vraagt echter om een fundamenteel andere benadering. “Waar je vroeger een inbreker had die op één avond misschien twaalf huizen bezocht, kan iemand nu met één druk op de knop tienduizenden slachtoffers maken”, stelt Knol. “Dat vraagt om een andere manier van werken, investeren en organiseren.”
Opsporing blijft achter
De impact van cybercrime reikt volgens de politie veel verder dan alleen online fraude en oplichting. In vrijwel alle vormen van criminaliteit speelt inmiddels een digitale component een rol. Criminelen communiceren via smartphones, werven slachtoffers via sociale media en maken gebruik van digitale betaalmethoden. Toch blijft de opsporing achter bij deze ontwikkeling. Hoewel digitale misdrijven goed zijn voor circa 50 procent van de aangiften, wordt ‘veel minder’ dan de helft van de beschikbare opsporingscapaciteit hiervoor ingezet, aldus Knol. “Dat is uit balans.”
Een extra zorg is de veranderende criminaliteit onder jongeren. Waar jongeren vroeger vaak stap voor stap doorgroeiden binnen de criminaliteit, ziet de politie nu dat zij sneller overstappen naar zwaardere delicten zoals straatroven en overvallen. Daarnaast wisselen zij moeiteloos tussen online en offline criminaliteit. De drempel om digitale misdrijven te plegen ligt laag, terwijl de pakkans relatief klein is. Bij online fraude en oplichting speelt bovendien schaamte bij slachtoffers een rol, waardoor niet iedereen aangifte doet en het probleem mogelijk nog groter is dan de cijfers laten zien.
Kabinet moet investeren
In een interview met de Volkskrant benadrukt Knol dat het nieuwe kabinet fors moet investeren in informatie- en communicatietechnologie. Volgens haar zijn moderne IT-systemen, data-analyse en gespecialiseerde kennis essentieel om criminelen bij te benen. Zonder structurele investeringen dreigt de politie achter de feiten aan te blijven lopen.
De boodschap van de korpschef is helder: digitale criminaliteit is geen nicheprobleem meer, maar een kernonderdeel van het veiligheidsvraagstuk. Zolang opsporingscapaciteit, middelen en wetgeving niet meebewegen met de realiteit van cybercrime, blijven criminelen profiteren van schaal, anonimiteit en snelheid. De politie roept daarom op tot een fundamentele herziening van de aanpak, waarin digitale misdaad dezelfde prioriteit krijgt als traditionele criminaliteit.