4min Ondernemen

Rechter: DigiD-contract Solvinity mag worden verlengd

Rechter: DigiD-contract Solvinity mag worden verlengd

De kortgedingrechter in Den Haag heeft de vorderingen afgewezen van drie burgers die wilden voorkomen dat de Staat het contract met Solvinity verlengt. De rechter oordeelt dat stopzetting van het DigiD-beheer zonder onaanvaardbare risico’s niet haalbaar is. De motivering werd gisteren gepubliceerd.

Op 6 mei deed de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak in een kort geding over het Solvinity-contract. Drie burgers eisten dat de Staat de overeenkomst niet zou verlengen. Het gaat hierbij overigens niet om de groep prominenten die samen met de stichting Privacy First een bestuursrechtelijke procedure is gestart tegen de DigiD-overname. “We weten niet precies wie de mensen achter dit kort geding zijn en we weten ook niet precies op welke gronden waarop deze zaak wordt gevoerd,” aldus Eric Smit, een van de initiatiefnemers van de procedure tegen de overname, toen het kort geding bekend werd.

Die verlenging was al langer goedgekeurd. Staatssecretaris Eric van der Burg had eind maart toestemming gegeven, terwijl de Tweede Kamer hem had gevraagd dit niet te doen. Het kort geding was ingediend op de deadlinedatum.

De eisers vrezen dat Solvinity binnenkort wordt overgenomen door het Amerikaanse Kyndryl. Daardoor zou het beheer van het Picard-platform, het digitale fundament waarop DigiD en MijnOverheid draaien, binnen de reikwijdte van Amerikaanse wetgeving vallen. De CLOUD Act, FISA en Executive Order 12333 kunnen Amerikaanse autoriteiten in theorie toegang geven tot gegevens van Nederlandse burgers. Dat erkende de Staat zelf ook: er zijn risico’s, maar die zijn nog niet concreet.

Maatschappelijk belang weegt zwaarder

De rechter stelde zich naar eigen zeggen terughoudend op, want beleidsvrijheid bij de uitvoering van publieke taken ligt bij de uitvoerende macht. Alleen bij evident onrechtmatig handelen is rechterlijk ingrijpen gerechtvaardigd. Daarvan is geen sprake, aldus de voorzieningenrechter.

Centraal staat de vraag of er een alternatief voor Solvinity beschikbaar is. De Staat stelde dat een verantwoorde overstap zes tot acht maanden vergt, vanwege de technische complexiteit van het Picard-platform. De eisers brachten in dat meerdere bedrijven en deskundigen aangaven dat een overstap binnen enkele maanden haalbaar zou zijn. Maar die stelling bleef te vaag, zo stelt de rechter. Zonder contract zou de overeenkomst op 6 augustus 2026 aflopen, met de uitval van essentiële overheidsdiensten als gevolg.

Daarnaast voerde de rechter aan dat de Staat gesprekken voert met Solvinity en Kyndryl om risico’s te beperken. Die gesprekken zijn nog gaande. Zolang niet duidelijk is dat er geen veilige doorwerking mogelijk is, ontbreekt de grond om de Staat onrechtmatig handelen te verwijten.

Het Picard-platform

Het is goed om nog even stil te staan bij dit Picard-platform, waar Solvinity het IaaS- en PaaS-beheer regelt. Deze infrastructuurlaag bestaat uit verschillende soorten opslag, containers, VM’s en netwerken. In november 2020 was Solvinity gestart met de opbouw. Bij het Definitief Advies Logius ICT-infrastructuur in 2023 stelde het Adviescollege ICT-toetsing dat er bij de migratie verschillende “knelpunten” tevoorschijn kwamen, met een jaar vertraging tot gevolg. We kunnen dus met zekerheid stellen dat het migratiepad naar Solvinity/Picard meer wrijving kende dan aanvankelijk gedacht. De rechter zal logischerwijs met die voorgeschiedenis niet gauw overtuigd zijn geweest van ambitieuze deadlines om weer bij Solvinity te vertrekken.

Ontbindingsbevoegdheid blijft onbeslist

De eisers probeerden ook een andere route: de Staat verplichten de overeenkomst te ontbinden zodra de overname door Kyndryl een feit is. Dit zou op grond van artikel 30.3 van de ARBIT-voorwaarden mogelijk zijn. Die clausule staat een ‘change of control’ als ontbindingsgrond toe. Maar de rechter oordeelde dat de Staat daarvoor waarschijnlijk de medewerking van Solvinity nodig heeft, en dat het onduidelijk is of die er komt als dit pad bewandeld wordt door de overheid. Bovendien is de overname nog niet definitief.

Dat laatste is en blijft belangrijk. Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) toetst de deal nog aan nationale veiligheidsrisico’s. De ACM keurde de overname al goed op concurrentiegronden, maar veiligheid valt buiten haar bevoegdheid. De Tweede Kamer nam eerder een motie aan om het contract niet te verlengen als de overname doorgaat. De rechter doorkruist het politieke debat niet, maar biedt evenmin een rechtstreeks verbod.

De eisers moeten de proceskosten van 2.100 euro betalen. Een verdere escalatie via een bodemprocedure of politieke druk op de BTI-toetsing behoort wel nog tot de mogelijkheden.