CSRD uitgelegd: welke bedrijven moeten rapporteren over duurzaamheid en klimaatimpact?

CSRD uitgelegd: welke bedrijven moeten rapporteren over duurzaamheid en klimaatimpact?

Sinds 2024 moeten grote bedrijven stapsgewijs aantonen wat hun impact is op mens, milieu en klimaat. Dankzij de Europese richtlijn CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) zijn zij verplicht hier jaarlijks transparant over te rapporteren. Maar wat houdt deze richtlijn precies in, wie moet er nu definitief aan voldoen na recente Europese versoepelingen, en wat betekent dit voor de rest van de keten?

De Corporate Sustainability Reporting Directive is een Europese richtlijn en vormt een belangrijk onderdeel van de European Green Deal. De CSRD is de opvolger van de NFRD (Non-Financial Reporting Directive) en verplicht organisaties openheid van zaken te geven over hun duurzaamheidsprestaties en -strategie.

Veel ondernemingen ervaren de richtlijn als een flinke administratieve belasting. Tegelijkertijd biedt het gestructureerd verzamelen van data waardevolle inzichten om processen te verduurzamen, energie te besparen en risico’s in de keten tijdig te signaleren.

Wat staat er in een CSRD-verslag?

In het verslag kijken bedrijven volgens de richtlijnen van onder meer de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kritisch naar de impact van hun activiteiten op mens, milieu en maatschappij. Een centraal concept hierbij is de zogeheten dubbele materialiteit. Dit betekent dat het bedrijf vanuit twee kanten wordt beoordeeld:

  • Impactmaterialiteit (van binnen naar buiten): Welke impact heeft de bedrijfsvoering op mens en milieu, zoals CO2-uitstoot, afvalstromen of arbeidsomstandigheden?
  • Financiële materialiteit (van buiten naar binnen): Welke invloed hebben externe duurzaamheidsfactoren, zoals klimaatverandering, grondstoffenschaarste of nieuwe wetgeving, op het verdienmodel en de continuïteit van de onderneming?

Het CSRD-verslag kijkt niet alleen achterom, maar richt zich juist op de toekomst. Welke risico’s en kansen spelen op korte, middellange en lange termijn? Om te zorgen dat rapportages onderling vergelijkbaar zijn, moeten ze voldoen aan de uniforme European Sustainability Reporting Standards (ESRS).

Lees ook: Osapiens lanceert plug-and-play voor mkb-duurzaamheidsrapportages

Voor wie geldt de CSRD nu definitief?

Waar de oorspronkelijke richtlijn mikte op een brede groep van ondernemingen met meer dan 250 werknemers, is het speelveld met de definitieve goedkeuring van het Europese Omnibus I-vereenvoudigingspakket begin 2026 ingrijpend veranderd. Om de administratieve regeldruk op het Europese bedrijfsleven te verlichten, zijn de drempelwaarden fors verhoogd.

De verplichting geldt in de herziene opzet voor zeer grote ondernemingen die voldoen aan de verhoogde criteria, waaronder een ondergrens van meer dan 1000 medewerkers en een netto-omzet van minimaal 450 miljoen euro. Ook buitenlandse moederbedrijven met aanzienlijke Europese omzet vallen hieronder.

Betekent dit dat het MKB buiten schot blijft? Zeker niet. Bedrijven die zelf niet direct rapportageplichtig zijn, krijgen via de waardeketen vrijwel zeker te maken met de CSRD. Grote rapporterende partijen moeten immers informatie opvragen bij hun toeleveranciers en partners, de zogeheten ketenpartners. Hierdoor kan ook een middelgroot of kleiner bedrijf het verzoek krijgen om cijfers aan te leveren over bijvoorbeeld het energieverbruik, afvalbeheer of de CO2-voetafdruk van geleverde producten.

Als praktisch hulpmiddel voor ketenverantwoordelijkheid en voorbereiding kan het OESO 6-stappenmodel voor due diligence worden ingezet.

Tijdlijn en toezicht

De allereerste groep, grote beursgenoteerde ondernemingen die al onder de oude NFRD vielen, rapporteert sinds 2025 over het boekjaar 2024. Voor de overige groepen grote ondernemingen geldt na eerdere vertragingen en het afronden van het Omnibus-traject dat zij gefaseerd instromen (rapportage over boekjaar 2027 in 2028).

In Nederland wordt de Europese regelgeving vastgelegd via de Wet implementatie richtlijn duurzaamheidsrapportering (Kamerstuk 36678), die in behandeling is bij de Tweede Kamer om de Brusselse afspraken formeel in nationaal recht te verankeren.

Het toezicht op de naleving ligt in handen van de Autoriteit Financiële Markten. Daarnaast moeten externe accountants de gerapporteerde duurzaamheidsinformatie controleren en voorzien van een assurance-verklaring.