Waarom het ministerie van Binnenlandse Zaken niet wil dat je als overheid een topleveldomein gebruikt

Waarom het ministerie van Binnenlandse Zaken niet wil dat je als overheid een topleveldomein gebruikt

Het is misschien leuk om als overheidsinstelling te kiezen voor een relatief uniek topleveldomein, maar het ministerie van Binnenlandse zaken vindt dat om meerdere redenen geen goed idee. Dit onderwerp is nu weer top of mind, omdat er in april van dit jaar een aanvraagronde voor nieuwe gTLD’s start, oftewel generieke topleveldomeinen.

Elk bedrijf, organisatie of overheid heeft een website, waarbij een domeinextensie hoort. Zo kun je denken aan ICTmagazine.nl of Techzine.eu. Zo’n extensie wordt ook wel topleveldomein genoemd en is het laatste deel van een webadres na de laatste punt. Je kunt ook denken aan .org, .com of .bv, wat zogenaamde generieke types topleveldomeinen zijn.

Je hebt ook andere soorten TLD’s. Bijvoorbeeld om de geografische locatie aan te geven, om aan te geven wat het doel van de website is of om te laten zien met wat voor type organisatie je te maken hebt. Geografische topleveldomeinen zijn bijvoorbeeld .nl, .be of .Amsterdam. Andere type TLD’s zijn onder andere .edu, .gov of je kunt denken aan .shop of .business. Een generiek topleveldomein is niet gebonden aan een land en in principe kan iedereen het gebruiken.

Waarom is dit nu zo in het nieuws?

Dit topic is nu hot omdat de ICANN (Internet Corporation for Assigned Names and Numbers) een aanvraagronde voorbereidt voor nieuwe gTLD’s, die in april van start moet gaan. De ICANN is de internationale beheerder van topleveldomeinen. Sinds 2012 worden er al specifieke gTLD’s toegestaan, die bedoeld zijn voor organisaties om hun band met een regio of bijvoorbeeld stad willen benadrukken, bijvoorbeeld vanuit marketingoverwegingen. Bij die vorige aanvraagronde zijn door verschillende overheden nieuwe gTLD’s aangevraagd, bijvoorbeeld .politie.

Binnen enkele maanden is het dus zo ver, nieuwe gTLD’s kunnen aangevraagd worden en dat zorgt er weer voor dat er op dit moment verschillende partijen actief zijn om overheden proberen te verleiden zo’n domeinextensie aan te kopen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties adviseert medeoverheden echter niet om zo’n aanvraag te doen. Dit met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) in het achterhoofd, maar ook het streven naar een herkenbare digitale overheid vanuit de 1 overheidsgedachte.

Waarom geen gTLD gebruiken aldus het ministerie?

Het ministerie roept nu op aan organisaties binnen de Rijksoverheid dat ze het domeinbeleid wel in het achterhoofd moeten houden met de nieuwe aanvraagronde die eraan komt. Er wordt in principe maar een topleveldomein gebruikt voor websites van organisaties die daaronder vallen, namelijk .nl. In de praktijk is dat echter niet het geval en daar kleven verschillende bezwaren aan.

Daarbij kan er gedacht worden aan wildgroei van domeinen, zodat er niet duidelijk is wat voor type organisatie je nu online precies bezoekt. Naast websites, worden deze TLD’s ook gebruikt in e-mailadressen, die net zoals domeinnamen belangrijk zijn voor herkenbaarheid. Het zijn de wegwijzers voor burgers naar de digitale overheid, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarnaast zijn zulke aanvragen erg prijzig en de implementatie en het beheer ervan zijn erg complex.

Andere bezwaren om geen gTLD te gebruiken als overheid

1. Herkenbaarheid: De overheid moet op internet makkelijk te herkennen zijn. Als elke organisatie een eigen soort topleveldomein kiest, begrijpen burgers niet meer welke website nou wel of niet van een overheidsinstantie is en waar ze moeten zoeken. Dat is zonde, want een herkenbare overheid geeft mensen vertrouwen. Daar moet dus voorzichtig mee worden omgegaan aldus het ministerie.

2. 1 overheid: Personen moeten nu vaak bij verschillende overheidswebsites zoeken naar informatie. Dat moet anders: de overheid moet werken als een en hetzelfde orgaan. Waar je je vraag ook stelt, je moet overal het goede antwoord krijgen. Het gebruiken van allerlei verschillende soorten webadressen helpt daar niet bij. Het maakt de overheid juist onoverzichtelijk en minder veilig. Die versnippering zit in de weg om de weerbaarheid te versterken, dienstverlening te verbeteren, te versnellen en kwaliteit te borgen.

3. Uniforme domeinnaamextensie: De overheid onderzoekt het gebruik van een standaard TLD voor al haar webadressen zoals .gov of .overheid. Het doel daarvan is om de digitale overheid beter herkenbaar te maken voor iedereen.

4. Kosten: Het bijhouden van een eigen domeinextensie is erg kostbaar. Je moet betalen voor aanvraag, maar daarnaast ook voor jaarlijks onderhoud. Zo’n aanvraag bij de ICANN kost minimaal 194.000 euro terwijl de jaarlijkse vergoeding nog eens ruim 21.000 euro kost. Daarnaast heb je als overheid ook nog te maken met kosten voor het technisch in stand houden van de domeinnaam via een registrar en moet je denken aan bijkomende kosten voor invoer, beheer en promotie.

5. Complexiteit: De technische eisen om een eigen gTLD-domeinextensie in de lucht te houden zijn extreem hoog. Alleen een kleine groep officiële experts beheert de techniek die daarmee gemoeid gaat volgens de internationale veiligheidsregels. Het is voor overheidsinstanties dan ook niet realistisch om dit zelf te proberen te regelen.

6. Levensduur: Als een overheidsinstantie een eigen webadres-extensie aanvraagt, is dat een keuze voor de lange termijn. De afspraak met de ICANN is dat je zo’n gTLD steeds voor tien jaar vastlegt, maar eigenlijk is het voor altijd. Je komt er niet zomaar meer vanaf en dat geldt dus ook voor de hoge kosten die elk jaar terugkomen om alles technisch te onderhouden.

7. Continuïteit: Een eigen gTLD maakt een organisatie kwetsbaar. Bij problemen bij de beheerder, zoals een faillissement, kan de zeggenschap over de domeinnaam overgaan naar een vreemde partij. Het mogelijke gevolg daarvan is dat zo’n organisatie de controle kwijt kan raken en dat zo’n website onbereikbaar wordt.

Al met al wil het het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dus een wildgroei van domeinextensies voorkomen binnen de overheid, maar mogen die instanties zelf kiezen of ze meegaan met een .nl-adres of toch voor iets anders kiezen. Wij zijn benieuwd wat de nieuwe aanvraagronde brengt, maar het lijkt ons een goed idee om dat gewoon consistent te houden.