3min Security

Cybervertrouwen botst met realiteit

Cybervertrouwen botst met realiteit

Organisaties hebben opvallend veel vertrouwen in hun eigen cybersecurity, terwijl de praktijk een veel minder rooskleurig beeld laat zien. Uit het Arctic Wolf 2026 AI & Cybersecurity Trends Report blijkt dat 96 procent van de ondervraagde security- en IT-beslissers denkt dat hun organisatie de hoeveelheid en complexiteit van moderne cyberdreigingen aankan. Tegelijkertijd kreeg 63 procent van de organisaties het afgelopen jaar te maken met een serieus cybersecurityincident.

Het onderzoek werd in april 2026 uitgevoerd door Sapio Research onder 1.350 IT- en securitybeslissers op directieniveau of hoger. De respondenten waren afkomstig uit onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, de Benelux, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, de Nordics, Singapore, Japan en Zuid-Afrika.

Cybervertrouwen

Die opvallende tegenstelling tussen zelfbeeld en werkelijkheid maakt duidelijk dat het cybervertrouwen binnen organisaties niet altijd overeenkomt met hun daadwerkelijke weerbaarheid. Hoewel vrijwel alle IT- en securitybeslissers denken dat hun teams moderne dreigingen aankunnen, laat het grote aantal ernstige incidenten zien dat vertrouwen alleen geen garantie biedt voor effectieve bescherming.

De gevolgen van incidenten zijn vaak fors. Van de getroffen organisaties kampte 48 procent twee weken of langer met productiviteitsverlies. Opvallend is bovendien dat 7 procent van de respondenten niet zeker weet of de eigen organisatie überhaupt met een serieus cyberincident te maken heeft gehad. Dat wijst mogelijk op problemen rond detectie, rapportage of intern inzicht in beveiligingsincidenten.

Dataverlies

Dataverlies blijkt de meest ingrijpende categorie. Zo noemt 21 procent onbedoelde blootstelling of verlies van gegevens als het belangrijkste incident waarmee de organisatie werd geconfronteerd. Nog eens 8 procent wijst op het doelbewust buitmaken of stelen van data.

Ook ransomware blijft grote financiële schade veroorzaken. Wereldwijd betaalde 55 procent van de getroffen organisaties uiteindelijk losgeld, rechtstreeks of via een derde partij. In Europa lag dat aandeel op 57 procent, terwijl Noord-Amerika met 74 procent duidelijk hoger uitkwam.

Operationele druk

Tegelijkertijd staan securityteams onder aanzienlijke operationele druk. Aan belangrijke dagelijkse taken, zoals het terugdringen van fout-positieve meldingen, het beheren van securitytools en het voldoen aan compliance-eisen, besteden teams gemiddeld 13 tot 15 uur per week per taak.

Die werkdruk maakt automatisering en kunstmatige intelligentie steeds aantrekkelijker. Zo verwacht 85 procent dat AI kan helpen bij het opsporen van nieuwe of moeilijk detecteerbare dreigingen. Daarnaast denkt 72 procent dat AI beter dan mensen in staat is om dreigingen te identificeren.

Nieuw spanningsveld

Toch blijft het vertrouwen in volledig geautomatiseerd handelen beperkt. Slechts 53 procent vertrouwt AI met afgebakende acties, zoals het blokkeren van kwaadaardige IP-adressen. Daarmee ontstaat een nieuw spanningsveld: organisaties willen AI inzetten om de druk op securityteams te verlagen, maar zijn nog terughoudend om de technologie zelfstandig beslissingen te laten nemen.

Volgens Arctic Wolf-CISO Adam Marrè ligt de toekomst daarom in de combinatie van betrouwbare AI en menselijke expertise. Alleen wanneer uitkomsten uitlegbaar en betrouwbaar zijn, kan AI volgens hem bijdragen aan snellere besluitvorming en een grotere cyberweerbaarheid.