3min Gadgets

Microsoft bouwt Copilot uit tot centrale AI-werkomgeving

Microsoft bouwt Copilot uit tot centrale AI-werkomgeving

Microsoft werkt aan een zogenoemde Copilot-superapp waarin chatfuncties, AI-agents en zakelijke werkprocessen samenkomen. De nieuwe toepassing moet nog dit kwartaal worden uitgerold en moet gebruikers één centrale omgeving bieden voor uiteenlopende taken binnen Microsofts AI-ecosysteem.

Copilot

Topman Satya Nadella maakte de plannen bekend tijdens een toelichting op de kwartaalcijfers. De superapp brengt verschillende Copilot-diensten bij elkaar, waaronder chat, Cowork, langdurig actieve Autopilot-agents en Microsoft Scout, een continu beschikbare assistent die wordt aangedreven door OpenClaw.

Microsoft wil de toepassing bovendien koppelen aan bestaande beheer- en bedrijfsplatforms, zoals Agent 365, IT Ops, SecOps en FinOps. Ook CRM- en ERP-systemen moeten als vaardigheden en plug-ins aan de centrale werkomgeving kunnen worden toegevoegd. Daarmee wil Microsoft complete bedrijfsprocessen vanuit één AI-interface laten aansturen.

Nieuwe manier van werken

Volgens Nadella ontstaat hierdoor een nieuwe manier van werken, waarbij niet langer afzonderlijke toepassingen centraal staan, maar complete werkstromen. Microsoft begeeft zich daarmee nadrukkelijk in de concurrentiestrijd met onder meer ChatGPT Work van OpenAI en Claude Cowork van Anthropic. De onderneming wijst erop dat de gebruiksintensiteit van Copilot inmiddels vergelijkbaar is met die van Outlook en Teams. Het aantal betaalde Copilot-licenties zou inmiddels boven de 30 miljoen liggen.

Opvallend is dat Microsoft de superapp niet aan één specifiek AI-model wil koppelen. Zakelijke klanten willen volgens het bedrijf kunnen wisselen tussen open, gesloten en geavanceerde modellen, afhankelijk van kosten, prestaties en toepassing. Sinds het begin van dit jaar zou het aantal klanten dat modellen van meerdere leveranciers gebruikt, zijn vervijfvoudigd.

Achterliggende architectuur

Microsoft zegt meer dan 11.000 modellen aan te bieden, afkomstig van onder meer OpenAI, Anthropic, Mistral en de eigen MAI-reeks. De achterliggende architectuur wordt zo ingericht dat geheugen, context, acties en besturing losstaan van het gebruikte basismodel. Daardoor moet een model eenvoudig kunnen worden vervangen wanneer een ander model goedkoper, sneller of beter geschikt is.

Die aanpak wordt al toegepast in verschillende producten, waaronder Microsoft Copilot, Security Copilot en GitHub Copilot. Bij cybersecuritytoepassingen kan een lichtere AI bijvoorbeeld het grootste deel van de taken uitvoeren, terwijl alleen voor complexe onderdelen een duurder frontiermodel wordt ingeschakeld.

Cyberbeveiliging

Microsoft ziet vooral in cyberbeveiliging voordelen van deze modelonafhankelijke werkwijze. Binnen Project Perception werken gespecialiseerde rode, blauwe en groene agents samen aan het vinden, beoordelen en oplossen van kwetsbaarheden. Het systeem kiest daarbij automatisch welk model voor een bepaalde taak het meest geschikt is.

Tegelijkertijd schuift Microsoft steeds verder op richting gebruiksafhankelijke prijzen. Naast een bedrag per gebruiker worden klanten ook afgerekend op het werkelijke AI-verbruik. Die aanpak moet volgens Microsoft beter aansluiten bij de zakelijke opbrengst van AI, maar kan voor organisaties ook leiden tot hogere en moeilijker voorspelbare kosten.

AI-capaciteit

De groeiende vraag naar AI-capaciteit zet ondertussen de infrastructuur onder druk. Microsoft opende in het afgelopen boekjaar 88 datacenters, waarvan 31 in het meest recente kwartaal. Toch erkent financieel directeur Amy Hood dat de vraag naar rekenkracht momenteel aanzienlijk groter is dan het beschikbare aanbod. Microsoft verwacht daarom zijn totale capaciteit binnen twee jaar ongeveer te verdubbelen.