6min Gadgets

Opladen van laptop via USB-C vanaf nu verplicht voor alle nieuwe laptops in Europa

Opladen van laptop via USB-C vanaf nu verplicht voor alle nieuwe laptops in Europa

Een belangrijk hoofdstuk in de Europese technologieregelgeving is afgesloten op het gebied van notebooks. Elk nieuw model dat vanaf nu in de schappen verschijnt, moet verplicht op kunnen worden geladen via een USB C-poort. Hiermee wordt de cirkel gesloten die eind 2024 al bij de smartphone begon. Het is een fundamentele verandering die grote gevolgen heeft voor zowel de consument als de wereldwijde elektronica-industrie.

Al in 2009 ondertekende de Europese Commissie een vrijblijvend memorandum van overeenstemming met grote fabrikanten om tot een gezamenlijke lader te komen. Destijds resulteerde dit in de opkomst van de inmiddels verouderde Micro-USB. De echte eenheid bleef uit doordat de afspraken niet afdwingbaar waren.

Terwijl de rest van de markt langzaam overging op de superieure en symmetrische USB-C-technologie, hield met name Apple jarenlang vast aan zijn eigen Lightning-connector voor de iPhone. Inmiddels is dat ook niet meer het geval, want ook die smartphones zijn inmiddels uitgerust met een USB C-poort. Omdat het moest welteverstaan, niet omdat Apple het zelf wilde, want het bedrijf verdiende met de verkoop van Lightning-accessoires bakken met geld.

Het Europees Parlement besloot uiteindelijk dat de vrijblijvendheid de innovatie en de consumentenbelangen in de weg stond. Eind 2022 werd de ‘Radio Equipment Directive’ definitief aangenomen, waarmee interoperabiliteit een wettelijke vereiste werd in plaats van een keuze. De uitrol gebeurde in fases. Sinds 28 december 2024 moesten smartphones, tablets, camera’s en onder andere koptelefoons al aan de eis voldoen. Nu zijn daar dus ook laptops bijgekomen. Dit was technisch gezien de meest uitdagende categorie vanwege de enorme variatie in stroomverbruik tussen een lichte notebook en zware werkstations.

De techniek achter de poort

De wetgeving reikt verder dan alleen de fysieke vorm van de poort. Om te voorkomen dat fabrikanten alsnog hun eigen oplaadtechnieken gebruiken, verplicht de EU ook het gebruik van het USB Power Delivery-protocol, beter bekend als USB-PD. Dit protocol is essentieel omdat het zorgt voor intelligente communicatie tussen het apparaat en de lader. Beide producten wisselen informatie uit over de optimale spanning en stroomsterkte, waardoor een lader van het ene merk veilig en efficiënt een apparaat van een ander merk kan voeden.

Binnen deze standaard is een splitsing te zien in vermogen. Waar de meeste reguliere USB-C-laders en -kabels tot 60 of 100 watt leveren bij een spanning van 20 volt, is er voor krachtigere apparaten de USB-C EPR-variant ontwikkeld. Deze Extended Power Range kan tot wel 240 watt leveren door de spanning te verhogen naar 48 volt. Juist deze stap naar hogere wattages zorgde voor de nodige hoofdbrekens bij fabrikanten van high-end laptops. De implementatie van dergelijke circuits brengt extra kosten met zich mee, maar ook complexe uitdagingen op het gebied van koeling.

Pragmatische oplossingen voor zware hardware

Fabrikanten van gaming-laptops en mobiele werkstations stonden aanvankelijk sceptisch tegenover de nieuwe regels. Sommige van die systemen hebben onder volledige belasting meer dan 300 watt nodig, wat de huidige limieten van USB-C overschrijdt. De EU-wetgeving toont zich hier echter pragmatisch. Apparaten die extreem veel stroom verbruiken, mogen hun eigen specifieke oplaadpoort behouden, mits ze daarnaast ook via USB-C opgeladen kunnen worden. Dit betekent dus dat een gebruiker de zware adapter kan gebruiken voor maximale prestaties, maar onderweg een compacte universele lader kan gebruiken voor lichtere taken.

Opladers zijn niet meer verplicht om mee te leveren bij een laptop (of ander apparaat) en dat zorgt ook voor problemen. Zo kan het best dat je een krachtige laptop aanschaft, maar geen lader, want zo’n USB C-adapter ligt thuis nog wel. Als je dan gaat laden, kan het zomaar dat deze niet volstaat om de notebook snel bij te laden, waardoor het apparaat niet optimaal gebruikt kan worden.

Er zijn nog enkele uitzonderingen qua apparaten, die niet uitgerust hoeven te worden met een USB C-aansluiting. Het gaat bijvoorbeeld om kleine wearables, zoals smartwatches en fitnesstrackers. Die blijven buiten schot omdat de behuizing daarvan simpelweg te klein is voor een USB-C-poort. Ook apparaten die uitsluitend draadloos opgeladen kunnen worden, hoeven geen fysieke poort te hebben. Dit schept dus de theoretische mogelijkheid voor fabrikanten om de poort volledig weg te laten, mits de draadloze techniek eveneens voldoet aan universele standaarden zoals het Qi-protocol. Geruchten over zulke apparaten doen al even de ronde. Zo zou Apple een iPhone uit willen brengen die alleen draadloos op te laden is.

Milieuwinst en economische voordelen

De drijfveer achter deze wetgeving is tweeledig. Ten eerste gaat het om het verminderen van elektronisch afval. Ten tweede scheelt dit kosten voor de consument, omdat ze laders kunnen blijven gebruiken. Jaarlijks wordt er wereldwijd een gigantische hoeveelheid laders geproduceerd die vaak ongebruikt in de kast blijven liggen. De Europese Commissie schat dat de maatregel de afvalberg met circa 11.000 ton per jaar zal verminderen. Doordat apparaten nu vaker zonder bijgeleverde lader worden verkocht, hoeven consumenten niet telkens opnieuw te betalen voor een accessoire dat ze al bezitten. Dit zou alle Europese huishoudens bij elkaar ongeveer 250 miljoen euro per jaar besparen.

Bovendien stimuleert deze standaardisatie de markt voor kwalitatieve, multifunctionele laders. De opkomst van GaN-technologie (Galliumnitride) zorgt ervoor dat een enkele compacte adapter nu krachtig genoeg is om tegelijkertijd een laptop, telefoon en een set oortjes op te laden.

En wat dan na 2026?

Hoewel de deadline een mijlpaal markeert, staat de ontwikkeling niet stil. De Europese Unie richt haar vizier nu op de verdere harmonisatie van draadloze oplaadtechnieken om te voorkomen dat er in die sector nieuwe monopolies ontstaan. Daarnaast staan er voor 2028 strengere regels gepland voor de energie-efficiëntie van externe adapters.

De consument doet er in dit nieuwe tijdperk ook goed aan om kritisch naar kabels te kijken. Omdat de buitenkant van de stekker nu overal hetzelfde is, wordt de interne kwaliteit van de kabel belangrijker dan ooit. Voor het veilig opladen van een laptop is namelijk een kabel nodig die specifiek gecertificeerd is voor hoge wattages. Nu de lades vol laders en oude kabels definitief tot het verleden behoren, is het aan de consument om slim gebruik te maken van de nieuwe, universele vrijheid.