CBS: zes procent Nederlanders zit nooit op internet, maar aantal daalt

Ongeveer zes procent van de Nederlanders gebruikt nooit internet. Dat staat gelijk aan 886.000 mensen. Deze groep wordt wel elk jaar kleiner. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het onderzoek ‘ICT-gebruik van huishoudens en personen 2018’ van het CBS.

Het onderzoek vond eind 2018 plaats onder inwoners van Nederland van 12 jaar of ouder. In vergelijking met voorgaande onderzoeken neemt de groep mensen die nooit internet gebruikt gestaag af. Zo had in 2012 had 10 procent nog nooit gebruik gemaakt van internet.

Toen en nu nog steeds, gaat het vaak om 75-plussers. Bijna de helft van de de groep die nooit op internet zit, was 75 jaar of ouder. Wel is de groep 75-plussers die nog nooit online is geweest, kleiner geworden. In 2012 zei 66 procent van deze groep nog nooit internet te hebben gebruikt. Vervolgens daalde dit naar 50 procent in 2015 en 32 procent in 2018.

 

Daling

Ook bij de Nederlanders tussen de 65 en 75 jaar daalde het aandeel dat nooit internet gebruikt. Met 10 procent is dit aanzienlijk lager dan in 2012, toen dat nog 43 procent was.

In de leeftijdscategorie 45 tot 65 was 4 procent nog nooit online geweest. Mensen tussen de 25 tot 45 jaar maken bijna allemaal gebruik van het internet.

In 2018 was 86 procent van de Nederlanders dagelijks online. Ook dit aantal groeit nog steeds. In 2012 was bijvoorbeeld 76 procent online.

Daarvan gebruiken meer dan 95 procent van de 12- tot 45-jarigen en hoogopgeleiden het internet dagelijks. Ook 45 procent van de 75-plussers is dagelijks op het web te vinden.

 

Niet-internettende ouderen vaak laagopgeleid en vrouw

Onder de 75-plussers zijn het vaker vrouwen dan mannen die geen internet gebruiken. In 2018 gaf 41 procent van de vrouwen en 20 procent van de mannen van 75 jaar of ouder aan nooit op het web te zitten. Ook in de andere leeftijdscategorieën zijn het vooral vrouwen die niet actief zijn.

Laagopgeleide 75-plussers horen vaker bij de niet-internetters (44 procent) dan hoogopgeleide leeftijdsgenoten (11 procent). In de overige leeftijdscategorieën zijn het ook vooral de laagopgeleiden die aangeven niet op het web te surfen.

Van de groep niet-internetters heeft 46 procent thuis ook geen toegang tot het web. De resterende 54 procent heeft wel een internetverbinding thuis, maar maakt hier geen gebruik van.

De groep zonder internetverbinding thuis zeggen vaak geen interesse te hebben in het internet (64 procent). Andere veelgenoemde redenen waren gebrek aan kennis of vaardigheden (35 procent). Verder maakt 15 procent zich zorgen om privacy en veiligheid. Zij noemen dat als reden om thuis geen internet te hebben.

 

Gerelateerde berichten...

X