Bedrijven profiteren steeds meer van kunstmatige intelligentie, maar blijven terughoudend met het zelfstandig laten handelen van AI-systemen. Slechts tien procent van de organisaties staat toe dat AI-agents binnen meerdere bedrijfsfuncties beslissingen uitvoeren zonder menselijke goedkeuring.
Dat blijkt uit de TCS Enterprise AI Study: Intelligence that is Real van Tata Consultancy Services (TCS), waarvoor wereldwijd 1.333 bestuurders en technologieleiders zijn ondervraagd. Hoewel AI inmiddels breed wordt toegepast, ligt de nadruk vooral op efficiënter werken.
Maar liefst 84 procent van de ondervraagde bestuurders noemt productiviteitsverbetering als belangrijkste opbrengst. Slechts tien procent beschouwt omzetgroei als het voornaamste voordeel. Daarmee lijkt AI voorlopig vooral een instrument om bestaande werkzaamheden te verbeteren, in plaats van nieuwe inkomstenbronnen te ontwikkelen.
Profiteren
Bij de invoering van AI geven bedrijven prioriteit aan veiligheid, risicobeheersing en goed bestuur. Hoewel organisaties steeds meer profiteren van de mogelijkheden van AI, wegen deze factoren zwaarder dan kostenbesparingen, implementatiesnelheid en gebruiksgemak. Vooral de afhankelijkheid van externe AI-leveranciers vormt daarbij een belangrijk aandachtspunt.
Zo vindt 90 procent van de bestuurders het belangrijk om niet afhankelijk te zijn van één AI-model of technologieplatform. Toch kan slechts 7 procent van de organisaties belangrijke AI-toepassingen volledig overzetten naar een andere leverancier. Bovendien heeft 35 procent van de bedrijven met een continuïteitsplan dit nooit getest.
Ook AI-soevereiniteit krijgt steeds meer aandacht. In Europa beschouwt 43 procent van de respondenten eisen rond controle over gegevensopslag, modelkeuze en naleving van regelgeving als een groot risico. Wereldwijd ligt dat percentage op 34 procent.
Zelfstandige AI-agents nog in ontwikkeling
Ondanks de toenemende belangstelling voor AI-agents, systemen die zelfstandig taken uitvoeren, blijft grootschalige toepassing beperkt. Slechts negen procent van de ondervraagde organisaties beschikt over agents die veilig werkprocessen tussen verschillende bedrijfsapplicaties kunnen aansturen.
Daarnaast geeft slechts vijf tot zeven procent aan AI inmiddels volledig binnen de organisatie te hebben opgeschaald. Een belangrijke belemmering is de toegankelijkheid van bedrijfsinformatie. Volgens 44 procent van de respondenten bevindt cruciale kennis zich vooral bij medewerkers of in verspreide documentatie, waardoor AI-systemen deze moeilijk kunnen benutten.
Tegelijkertijd onderzoekt 39 procent van de bedrijven of de opbrengsten van AI opwegen tegen de kosten van rekenkracht en tokengebruik. Bijna de helft, 46 procent, zet inmiddels gericht open-source AI in voor specifieke toepassingen.
Gevolgen voor werkgelegenheid onzeker
De verwachtingen over de invloed van AI op banen veranderen eveneens. In 2024 vond slechts vier procent van de bestuurders het te vroeg om de gevolgen voor de werkgelegenheid te beoordelen. Inmiddels is dat gestegen naar negentien procent. Het aandeel bestuurders dat verwacht dat AI meer banen zal laten verdwijnen dan creëren, daalde ondertussen van 47 naar 37 procent.
Lees ook; De AI-Paradox: Waarom je baan niet verdwijnt, maar wel verandert
Onderzoek
Voor het onderzoek sprak TCS met 1.333 senior bestuurders en technologieleiders uit 25 landen en twaalf sectoren, waaronder 39 respondenten uit Nederland. De deelnemende organisaties hebben een jaaromzet van minimaal 500 miljoen dollar.
De resultaten laten zien dat bedrijven weliswaar overtuigd zijn van de mogelijkheden van AI, maar nog belangrijke stappen moeten zetten voordat zij deze technologie op grote schaal zelfstandig laten opereren.