Nederland is voor de meest geavanceerde AI-modellen volledig afhankelijk van Amerikaanse partijen, en een Europees alternatief op het niveau van Fable en Mythos ontbreekt. Dat concludeert staatssecretaris Aerdts (Digitale Economie) in haar antwoord op 23 Kamervragen van D66 over het wereldwijd uitschakelen van beide Anthropic-modellen.
Aanleiding voor de politieke onrust was de plotselinge blokkade op 12 juni, volgend op een Amerikaans exportcontrolebesluit. Hoewel de restricties gericht waren op buitenlandse gebruikers, besloot Anthropic om Fable 5 en Mythos 5 wereldwijd uit te schakelen voor iedereen, omdat een nationaliteitscontrole technisch lastig bleek. Nederlandse en Europese organisaties raakten daardoor abrupt hun toegang kwijt, zonder inspraak of beroepsmogelijkheid.
Het kabinet werd volkomen verrast: op de vraag of Nederland vooraf was geïnformeerd, luidt het antwoord kortweg: nee. De Europese Commissie startte direct een onderzoek naar mogelijke spanningen met technologische soevereiniteit en non-discriminatiebeginselen. Enkele weken later werd de exportbeperking weer ingetrokken, waarna een beperkte terugkeer volgde voor een kleine groep goedgekeurde Amerikaanse partijen.
Geen gelijkwaardig Europees model
D66-Kamerleden Oualhadj en El Boujdaini wilden weten welk Europees of Nederlands alternatief kan inspringen als Amerikaanse toegang wegvalt. Het antwoord van Aerdts laat weinig aan de verbeelding over: “Er zijn momenteel geen Europese alternatieven van vergelijkbaar niveau als Fable en Mythos.” Wel nuanceert ze dat open modellen dicht in de buurt komen van propriëtaire systemen. Bovendien schuilt de daadwerkelijke reken- en redeneerkracht volgens haar niet alleen in het model zelf, maar juist in de technische infrastructuur eromheen, het ‘harnas’.
Die analyse sluit naadloos aan bij het huidige Europese speelveld. Mistral geldt met Large 3 als de sterkste Europese open release, maar blijft op zware redeneer- en wiskundebenchmarks achter op giganten als GPT-5, Gemini 3.1 Pro en Claude Opus 4.6. Ook OpenEuroLLM biedt op korte termijn geen soelaas: dat is volgens de beschikbare bronnen vooral een consortium- en infrastructuurproject en geen directe concurrent van de Amerikaanse top.
Cyberweerbaarheid en dubbelgebruik
De uitschakeling raakt direct de digitale veiligheid. Mythos werd eerder gedeeld met vitale sectoren om softwarekwetsbaarheden op te sporen. Volgens Aerdts is toegang tot frontiermodellen voor effectieve detectie van kwetsbaarheden vaak niet strikt noodzakelijk, omdat andere modellen dit ook kunnen. Op termijn voorziet ze echter grote risico’s: bedrijven zonder toegang worden minder goed in staat gesteld om zelf met behulp van AI kwetsbaarheden te vinden en te dichten.
Het NCSC kijkt daarom breder naar AI-modellen voor defensieve cybersecuritydoeleinden. Tegelijk waarschuwt het kabinet voor scheefgroei in het bedrijfsleven. Organisaties die patchen, netwerkmonitoring en respons niet kunnen automatiseren, worden relatief kwetsbaarder naarmate kwaadwillenden die technologie wél grootschalig inzetten.
Wie hoopt op een door Den Haag gecoördineerde exitstrategie voor het wegvallen van Amerikaanse modellen, komt bedrogen uit. Onder de Cyberbeveiligingswet, die op 15 augustus in werking trad, moeten entiteiten zelf een bedrijfscontinuïteitsplan opstellen waarin dit risico zelfstandig wordt meegewogen.
Compute, gigafabrieken en instituten
De structurele oorzaak van de Europese achterstand zit dieper dan software en algoritmes: het draait om pure hardware. Europa beheerst circa 5 procent van de wereldwijde AI-compute, tegenover zo’n 80 procent in de Verenigde Staten. Aerdts kan deze cijfers van Epoch AI niet weerleggen, maar relativeert de kritiek dat het Europese paradepaardje InvestAI grotendeels ‘herverpakt geld’ is. Volgens de bewindsvrouw is de genoemde 200 miljard euro een publiek-private investeringsdoelstelling om kapitaal aan te jagen, en geen kant-en-klaar overheidssubsidiefonds.
Forse directe overheidsinvesteringen om die kloof te dichten blijven echter uit. Nederland laat de Europese aanbesteding voor gesubsidieerde AI-gigafabrieken definitief schieten. Het kabinet stelt dat zulke faciliteiten volledig door de markt moeten worden gefinancierd, waarbij de overheid zich beperkt tot het stroomlijnen van vergunningen. Voor tastbare hardware op eigen bodem verwijst Aerdts naar de AI-fabriek in Groningen binnen het EuroHPC-netwerk, aangevuld met bredere plannen rond het nog op te richten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Nationale Investeringsinstelling (NII).
Ook voor fundamenteel onderzoek blijft de hand op de knip: voor een nationaal ELLIS Instituut is op de Rijksbegroting geen geld gereserveerd. Wel toont Den Haag onder voorbehoud belangstelling voor een Frans-Duits Frontier AI-initiatief en verschijnt deze maand een adviesrapport over een mogelijk onafhankelijk AI-veiligheidsinstituut naar Brits model. Hoe het kabinet grootschalige AI-rekenfaciliteiten wil inpassen in een overbelast elektriciteitsnet, moet later dit najaar blijken uit de aangekondigde datacenterstrategie.