TenneT: na 2028 kantelt de elektriciteitsvoorziening in Nederland

TenneT: na 2028 kantelt de elektriciteitsvoorziening in Nederland

TenneT verwacht dat Nederland vanaf 2030 structureel de voorzieningszekerheidsnorm voor elektriciteit overschrijdt. De netbeheerder geeft die waarschuwing in de Monitor Voorzieningszekerheid 2026. Het bedrijf roept het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat op om snel te handelen.

Die norm schrijft voor dat er gemiddeld maximaal vier uur per jaar sprake mag zijn van een elektriciteitstekort. Dat blijkt uit de Monitor Voorzieningszekerheid 2026, een jaarlijks advies aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In alle onderzochte scenario’s wordt die grens na 2030 al overschreden.

De monitor kijkt naar de periode tot 2035 via scenario’s voor 2028, 2030, 2033 en 2035. Daarin worden tientallen weersituaties en storingen doorgerekend. Tekorten worden gemeten via twee indicatoren: LOLE (het verwachte aantal uren met een tekort) en EENS (de verwachte omvang daarvan).

De Nederlandse elektriciteitsvraag groeit hard door elektrificatie van industrie en mobiliteit. Volgens analyses op basis van TenneT-data stijgt die vraag van 115 TWh in 2023 naar verwacht 153 TWh in 2030 en 190 TWh in 2035. Tegelijkertijd neemt het regelbare productievermogen af doordat kolen- en gascentrales sluiten.

Tekort groeit snel na 2030

In 2028 is de situatie nog onzeker. De LOLE-waarden variëren dan tussen 0,7 en 4,5 uur per jaar, afhankelijk van de aangenomen vraaggroei. Na 2030 wordt de verslechtering echter snel en structureel. In 2035 lopen de verwachte LOLE-waarden op naar 37 tot 46 uur per jaar. Dat is dus ruim tien keer boven de norm van vier uur.

Hoewel zon- en windproductie blijven groeien en ook batterijopslag en vraagrespons toenemen, zijn deze ontwikkelingen onvoldoende om de afname van thermisch productievermogen en de stijgende vraag volledig op te vangen. Dat speelt met name in langdurige tekortperiodes, waarbij de bijdrage van batterijen en vraagrespons beperkt blijft.

Ook het buitenland speelt een grote rol. Tijdens tekortmomenten stijgt de benodigde import van circa 1 GW in 2028 naar bijna 9 GW in 2035. Buurlanden als België, Duitsland en Denemarken krijgen dezelfde problemen en kunnen dan juist een beroep doen op Nederlandse productiecapaciteit. De onderlinge afhankelijkheid neemt daarmee sterk toe. De zogenaamde ‘missing capacity analyse’ laat zien dat in 2030 circa 0,4 GW extra vermogen nodig is ten opzichte van het basisscenario. Als omringende landen geen eigen maatregelen nemen, kan dat oplopen tot 3,7 GW, capaciteit die Nederland dan grotendeels zou exporteren.

Datacenters als digitale grootverbruikers

Naast de industrie en mobiliteit jaagt ook de digitale infrastructuur de stroomvraag flink aan. Nederlandse datacenters verbruiken inmiddels ruim 5 TWh per jaar, wat neerkomt op bijna 5 procent van ons totale elektriciteitsverbruik. In slechts vijf jaar tijd is het stroomverbruik van deze sector nagenoeg verdubbeld. Deze enorme vraag wordt grotendeels veroorzaakt door een klein aantal ‘hyperscalers’: gigantische serverparken die een loodzware wissel trekken op het stroomnet.

De snelle opkomst van generatieve AI versnelt deze groei exponentieel. Omdat AI-modellen bij elke vraag complexe berekeningen moeten uitvoeren, kost een AI-zoekopdracht gemiddeld 10 tot 30 keer zoveel stroom als een traditionele klik. Nu het stroomnet op diverse plekken al vastloopt, zorgt deze onverzadigbare honger naar rekenkracht voor een directe botsing met de fysieke grenzen van onze energievoorziening. De digitale sector is hiermee uitgegroeid tot een industriële grootverbruiker die de Nederlandse leveringszekerheid verder onder druk zet.

Lees ook: De verborgen prijs van kunstmatige intelligentie

Drie adviezen aan EZK

TenneT formuleert drie concrete adviezen aan het ministerie. Het eerste en meest urgente is: start de implementatie van een capaciteitsmechanisme. Dat kan een marktbreed mechanisme zijn, een strategische reserve of een combinatie van beide. Cruciaal is dat het operationeel is voor de winter van 2029–2030. Juist in de wintermaanden is de voorzieningszekerheid namelijk kritiek.

Ten tweede moet vraagrespons expliciet deel uitmaken van dat mechanisme. Zo krijgt flexibele vraag financiële waarde, wat investeringen door marktpartijen weer stimuleert. Ten derde pleit TenneT voor actieve afstemming met buurlanden die al een capaciteitsmechanisme hebben of overwegen. Betere internationale aansluiting versnelt de implementatie en biedt mogelijkheden voor harmonisatie.