Van pionierwerk tot miljardenindustrie: 40 jaar .nl-domein

Van pionierwerk tot miljardenindustrie: 40 jaar .nl-domein

Op 25 april 1986 schreef Nederland wereldgeschiedenis, al hadden de meeste mensen op dat moment waarschijnlijk nog nooit van een ‘computernetwerk’ gehoord. Die dag werd het .nl-topleveldomein officieel goedgekeurd. Nederland was daarmee het allereerste land buiten de Verenigde Staten met een eigen landendomein.

Nu, veertig jaar later, telt .nl meer dan 6 miljoen geregistreerde domeinnamen en verwerkt SIDN, die dit jaar zelf 30 kaarsjes mag uitblazen, dagelijks meer dan 4 miljard zoekvragen. Het is een duizelingwekkend getal dat in schril contrast staat met de tijd waarin een handjevol computers nog met dikke kabels aan elkaar geknoopt moest worden.

De tijd van baarden en de angst voor de atoombom

Om te begrijpen hoe bijzonder die start was, moeten we terug naar de wortels van het internet. Het begon allemaal in 1969 met ARPANET. Dat was een Amerikaans project dat voortkwam uit de behoefte van universiteiten en defensie om kostbare computertijd met elkaar te delen. Hoewel vaak wordt gezegd dat het puur werd gebouwd om een nucleaire aanval te overleven, was de werkelijkheid praktischer. Men zocht een methode om data efficiënt te versturen via verschillende routes. Als er een knooppunt zou wegvallen, moest de rest van de data via een omweg gewoon door kunnen blijven stromen. Het internet was in die tijd nog geen wereldwijd web, maar een besloten verzameling computers die met elkaar ‘praatten’ in een taal die alleen voor insiders te begrijpen was.

In die begintijd was het internet het domein van de ‘pioniers met baarden’. Er waren geen afbeeldingen te vinden, muizen werden nauwelijks gebruikt en van Google, AI of ICQ had nog niemand gehoord. Als je iets wilde opzoeken, moest je exact weten op welke computer die informatie stond en welk cryptisch commando je in een flikkerend groen of wit scherm moest typen. Het was een wereld van blind vertrouwen. Men kon zich simpelweg niet voorstellen dat er ooit iemand kwaad in de zin zou hebben bij het gebruik van dit academische netwerk. Het allereerste bericht dat ooit over de voorloper van het internet werd verstuurd, was bedoeld als “LOGIN”, maar het systeem crashte al na de tweede letter. De geschiedenis van ons digitale tijdperk begon dus met een simpel en onbedoeld: “LO”.

Piet Beertema: de man met het tekstbestand

In die digitale wildernis werkte Piet Beertema bij het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) in Amsterdam. Het wereldwijde systeem liep destijds vast. Alle computernamen werden in één centraal tekstbestand bijgehouden. Elke keer als er een computer bijkwam, moest dat bestand overal ter wereld worden bijgewerkt en dat werd onbeheersbaar. Beertema was inderdaad de visionair die inzag dat een hiërarchie (zoals .nl) dit zou oplossen. Beertema was de visionair die het systeem van landcodes actief ging toepassen. Toen hij zijn aanvraag voor .nl indiende bij de Amerikaanse autoriteiten, dacht hij dat het bureaucratische proces maanden zou duren. Groot was dan ook de verrassing toen hij na een paar dagen al groen licht kreeg.

Op 1 mei 1986 legde hij de allereerste .nl-naam vast: cwi.nl. Terwijl de academische wereld direct om was, keek het bedrijfsleven nog even de kat uit de boom. Het was Philips dat als eerste bedrijf maanden later de sprong durfde te wagen. Beertema beheerde de registraties in die tijd nog vanuit een simpel tekstbestandje op zijn computer. Hij was bovendien de beroerdste niet: hij stelde een ‘doe-het-zelf-pakket’ samen voor zijn Europese collega’s, zodat ook zij snel hun eigen landendomeinen konden claimen. Zonder dat we het wisten, was Nederland op dat moment de digitale gids van Europa.

Hoewel de .nl-extensie dus in 1986 officieel was goedgekeurd, was Nederland op dat moment nog niet ‘live’ verbonden met het wereldwijde internet zoals we dat nu kennen. In die eerste jaren werd .nl vooral gebruikt via het UUCP-netwerk, een soort digitale estafette waarbij e-mails via telefoonlijnen van computer naar computer werden doorgegeven. De echte mijlpaal volgde pas op 17 november 1988. Die dag kreeg het CWI de allereerste volledige, open internetverbinding met de Verenigde Staten. Nederland was daarmee officieel het eerste land buiten Amerika dat ‘online’ ging.

De symfonie van het inbelmodem

De eerste tien jaar verwerkte Beertema zo’n 10.000 aanvragen handmatig. Met de komst van het World Wide Web in de jaren ’90 werd de druk echter te groot. In 1996 werd daarom de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) opgericht. Voor de gemiddelde Nederlander brak toen het tijdperk van de ‘inbelverbinding’ aan. Het iconische geluid van een krakend en piepend modem dat verbinding zocht met de buitenwereld, staat bij een hele generatie in het geheugen gegrift. Online gaan was een bewuste keuze. Je kon namelijk niet bellen en internetten tegelijk. Een simpele foto downloaden duurde soms zo lang dat je tussendoor rustig een kop koffie kon zetten.

De echte revolutie voor het grote publiek volgde in 2003. Tot die tijd moest je als aanvrager een KVK-inschrijving hebben, maar vanaf dat jaar mochten ook particulieren hun eigen stukje internet claimen. De groei was niet meer te stoppen. Van de bakker op de hoek tot de persoonlijke blog van een tiener, iedereen wilde een .nl-adres. In 2020 werd de magische grens van 6 miljoen .nl-domeinnamen gepasseerd. Nederland is daarmee nog steeds een van de landen met de hoogste ‘domeindichtheid’ ter wereld.

Veiligheid in een vijandige wereld

Vandaag de dag is het internet niet meer weg te denken uit ons leven. We staan ermee op en we gaan ermee naar bed. Maar die enorme schaal brengt ook schaduwkanten met zich mee. Waar Piet Beertema nog iedereen persoonlijk kende die een domeinnaam aanvroeg, moet SIDN nu een digitale vuist maken tegen cybercriminaliteit. Het internet van nu is een plek waar phishing en malware aan de orde van de dag zijn.

SIDN is daarom steeds meer geëvolueerd van een administratiekantoor naar een actieve bewaker van onze digitale infrastructuur. Door het grootschalig inzetten van geavanceerde technieken zoals DNSSEC en DMARC, zorgt SIDN ervoor dat het .nl-domein tot de veiligste en meest betrouwbare plekken op het wereldwijde web behoort.

Een dubbel jubileum en een blik vooruit

“Het .nl-domein is al 40 jaar een stabiele kracht binnen het internet, zij het vandaag de dag in een heel andere orde van grootte dan in het prille begin,” zegt Roelof Meijer, algemeen directeur van SIDN. “Onze absolute prioriteit is .nl dag en nacht veilig, beschikbaar en betrouwbaar houden.”

Met het 40-jarig bestaan van .nl en het 30-jarig jubileum van SIDN valt er dit jaar dus dubbel feest te vieren. Het is een moment om even stil te staan bij hoe ver we zijn gekomen. Van een tekstbestandje op een computer in Amsterdam naar een miljardenindustrie die ons land draaiende houdt.

Voor nu is het op naar de volgende 40 jaar. Wie weet hoe het internet er dan uitziet? Misschien lachen we dan wel om de ’trage’ glasvezelverbindingen van nu, net zoals we nu glimlachen om de piepende modems van vroeger. Een ding lijkt echter zeker, het .nl-domein blijft de vertrouwde thuishaven voor digitaal Nederland.