PwC berekende dat dataproducten in 2024 goed waren voor 9,6 procent van het Nederlandse bbp. Omgerekend komt dat neer op zo’n 108 miljard euro. Tussen 2013 en 2024 bouwde Nederland circa 466 miljard euro aan datakapitaal op. Eén procent meer data-intensiteit hangt samen met 0,13 procentpunt hogere economische groei het jaar erna.
Bijna tien cent van elke euro in de Nederlandse economie is afkomstig uit data. Dat stelt PwC in het nieuwe rapport The rising value of data, waarvoor voor het eerst de volledige omvang van de Nederlandse data-economie in kaart is gebracht.
Barbara Baarsma, hoofdeconoom van PwC zegt daarover: ‘Data is uitgegroeid tot een centrale en steeds belangrijkere pijler van de Nederlandse economie. Net als gebouwen of machines is data een kapitaalgoed dat opstapelt. Nederland heeft naast wegen, bruggen en dijken ook een grootschalige, digitale data-infrastructuur opgebouwd.’
Daarbij verschuift de economische waarde van data merkbaar. Vroeger draaide het om het verzamelen en opslaan van ruwe data; nu groeit juist de data science-component. Gecorrigeerd voor inflatie stegen de investeringen in data science van 17,4 miljard euro in 2013 naar 32,2 miljard euro in 2024. Ter vergelijking: de bruto toegevoegde waarde van de bredere ICT-sector groeide in 2024 met 3,2 procent, terwijl de totale Nederlandse economie met 1,1 procent groeide.
Een procent meer data-intensiteit, gemeten als totale investeringen per fte, hangt samen met 0,13 procentpunt hogere economische groei het jaar erna. Dat is een directe doorwerking die PwC vergelijkbaar noemt met die van infrastructuur- en onderwijsinvesteringen, maar dan sneller zichtbaar.
In ander nieuws: AI wint snel terrein op financiële afdelingen
Zorg koploper in absolute bedragen, financiële sector meest data-intensief
In absolute euro’s was zorg & welzijn in 2024 de grootste investeerder met 19,5 miljard euro. Dat werd hoofdzakelijk gebruikt voor dataverzameling zoals patiëntendossiers en behandelregistraties. Wordt er gekeken naar data-intensiteit per fte, dan staan financiële dienstverlening & vastgoed en informatie & communicatie bovenaan. Baarsma wijst op een duidelijk verschil in motivatie. De publieke sector slaat data op omdat het moet, de private sector omdat ze er waarde uit wil halen.
Tekort aan data-professionals remt groeipotentieel
Meer dan de helft van alle beroepen besteedt inmiddels tien procent van de werktijd aan datagerelateerde taken. Datavaardigheden zijn daarmee geen specialisme meer, maar een basisvereiste op de arbeidsmarkt. Toch is de krapte het grootst in de functies die de meeste waarde opleveren: ICT-specialisten, ingenieurs en businessanalisten.
Uit UWV-cijfers over Q4 2024 bleek dat er gemiddeld 7,7 vacatures openstaan per ICT’er die korter dan zes maanden in de WW zit. PwC stelt dat het oplossen van deze tekorten substantieel meer waarde kan vrijmaken voor de Nederlandse economie en roept de politiek op te investeren in opleiding en arbeidsmarktbeleid.
De krapte op de arbeidsmarkt is dus enorm. Per beschikbare ICT’er staan er gemiddeld bijna acht vacatures openen dat dwingt de sector tot keuzes. Extra scholing alleen is niet meer genoeg om te groeien. De echte sleutel ligt nu bij slimme automatisering. Bedrijven zetten daarom vaak vol in op low-code tools en geautomatiseerde machine learning. Ook AI-assistenten nemen steeds meer werk over. Door saai, herhalend werk en ingewikkelde ETL-processen (data verzamelen en klaarzetten) te automatiseren, bespaar je veel tijd. Zo ontlast je schaarse data-engineers en businessanalisten, die zich dan eindelijk kunnen focussen op het echte werk: waarde halen uit data.