Defensie wil binnen twee jaar af van Palantir-software

Digitale soevereiniteit vereist Europese alternatieven

Defensie wil binnen twee jaar af van Palantir-software

Het Nederlandse ministerie van Defensie wil de software van het Amerikaanse bedrijf Palantir binnen twee jaar vervangen door een Europees alternatief. Staatssecretaris Derk Boswijk heeft dat bekendgemaakt aan de Tweede Kamer. Het gebruik van Palantir is volgens hem al die tijd klein van schaal geweest. De afhankelijkheid van buitenlandse technologie baart het kabinet zorgen.

Aanleiding voor het debat waren vragen van D66-Kamerlid Michelle Jagtenberg. Zij wilde weten waarom Nederland nog software van Palantir gebruikt schrijft de Volkskrant. De top van dit bedrijf heeft namelijk nauwe banden met de regering-Trump en noemt zichzelf ‘antiwoke’. Daarnaast ligt het bedrijf onder vuur omdat Israël de software gebruikt in Gaza. Palantir stelt zelf dat het zich nog steeds houdt aan het internationaal humanitair recht.

Boswijk benadrukte dat Nederland de software al sinds 2010 gebruikt. Dit gebeurt echter op beperkte schaal. “Dat gebruik is zeer beperkt, gecompartimenteerd en kleinschalig”, zei hij. Het systeem draait alleen op synthetische of oude data. Ook worden de externe specialisten die het systeem bedienen altijd goedgekeurd door de MIVD. Zij werken nooit zonder toezicht.

Onlangs publiceerde Follow The Money nog dat onder meer het Special Operations Command de software gebruikt. Boswijk betreurde dit lek. Hij wilde echter niet bevestigen of ontkennen welke onderdelen precies met de software werken.

Staatsgeheime cloud als eerste stap

Tegelijk met het voornemen om Palantir te vervangen, kondigde Boswijk aan dat Defensie als eerste overheidsorganisatie in Nederland overgaat op een staatsgeheime cloud, te bouwen door KPN en Thales. Die stap past in bredere ambities rond digitale soevereiniteit.

Toch temperde de staatssecretaris de verwachtingen, want onmiddellijk stoppen met Palantir is geen optie. “Per direct de banden doorhakken, zou ik niet adviseren. Dan komen er meteen, hoewel beperkt, veiligheidsrisico’s bij”, noemde hij. Daarnaast moet de kennis om Europese alternatieven te bouwen nog worden opgebouwd. Nederland en Europa lopen daarin achter, stelt de minister.

Dat beeld wordt ook in andere Europese landen gedeeld. Zo heeft ook de Duitse Bundeswehr gekozen om Palantir niet te gebruiken. Duitsland onderzoekt Europese alternatieven voor haar militaire cloud en data-analyseomgeving. Eind 2024 werd al bekend dat Palantir en wapenfabrikant Anduril militaire sensordata wilden inzetten voor het trainen van AI-modellen. Dat riep ook al allerlei vragen op over de controle van gevoelige defensiedata. Oekraïne maakt juist wel op grote schaal gebruik van Palantir-software. Dat land gebruikt het onder andere voor de analyse van luchtaanvallen en het plannen van precisieaanvallen.

NAVO-software blijft in gebruik

De krant schrijft dat het hoogstwaarschijnlijk is dat de Palantir-software die de NAVO inzet wel in gebruik blijft. Daarbij gaat het om het Maven Smart System. Dat is een AI-gestuurd platform dat wapensystemen van verschillende bondgenoten beter laat samenwerken. “We zijn trots om de afschrikking van de NAVO te bevorderen door ontplooiing van een AI-gestuurd oorlogsvoeringsplatform”, zei de alliantie toen het systeem werd aangeschaft.

De Frans admiraal Pierre Vandier, die binnen de NAVO verantwoordelijk is voor innovatie, waarschuwde onlangs al dat er vooralsnog geen echte concurrent voor Palantir bestaat. “Het is een race, maar het is aan de Europeanen om met iets te komen dat relevant is binnen maanden, jaren en niet een decennium.”

Grote kansen voor Europese IT-bedrijven

De Palantir-casus legt de vinger op de zere plek. De politieke wil voor digitale soevereiniteit is groter dan ooit en we schrijven dan ook bijna dagelijks over dit thema. Overheden willen de controle terug over hun infrastructuur en data. Dat is nodig om geopolitiek onafhankelijk te blijven. Die ambitie botst echter hard met de praktijk. Voor geavanceerde AI en data-analyse leunt Europa bijna volledig op Amerikaanse techgiganten. Defensie heeft nog minstens twee jaar nodig voor een alternatief en precies dat laat zien hoe diepgeworteld onze afhankelijkheid is.

Het soevereiniteitsdebat verschuift steeds meer en meer van hardware naar data. Wie data analyseert, heeft simpelweg de strategische overhand. De nieuwe staatsgeheime cloud van KPN en Thales is een goede eerste stap. Hiermee blijft de opslag van gevoelige informatie in eigen land. Maar soevereiniteit gaat natuurlijk veel verder dan data opslaan. Het gaat ook om het slim gebruiken van die data. Europa mist software die kan concurreren met de grootmachten uit de Verenigde Staten. Zolang die er niet is, blijft echte autonomie een illusie.

Digitale soevereiniteit dwing je niet alleen af met wetten en regels. Het vereist een innovatieve Europese tech-sector. Voor Europese IT-bedrijven ligt er een gigantische kans voor het oprapen, maar ook verantwoordelijkheid om dat daadwerkelijk te bewerkstelligen. Al met al is dit hoofdstuk misschien afgesloten, maar het verhaal is nog lang niet uit.