Nederland heeft beste digitale overheid van grote EU-landen

Nederland heeft beste digitale overheid van grote EU-landen

Nederland staat op plek acht van alle EU-lidstaten in de eGovernment Benchmark 2026. Daarmee is het de best presterende lidstaat met meer dan 15 miljoen inwoners. Digitale soevereiniteit en grensoverschrijdende dienstverlening blijven de grootste uitdagingen.

De eGovernment Benchmark 2026 is opgesteld door Capgemini, Sogeti en IDC voor de Europese Commissie. Op de index van 0 tot 100, gebaseerd op ruim twintig indicatoren, verbeterde Nederland dit jaar bijna twee keer zo snel als het EU-gemiddelde: van 81,7 naar 85,2. Het Europese gemiddelde steeg van 74,7 naar 76,6 punten.

De sterke positie komt onder meer door de brede online dienstverlening. Anders dan in veel landen bieden zowel de Rijksoverheid als provincies en gemeenten de meeste diensten digitaal aan, voor burgers en bedrijven. De top drie bestaat uit Finland, Estland en Malta.

Dat Nederland goed scoort op digitale dienstverlening is geen verrassing. Uit eerdere berichtgeving bleek al dat het land boven het EU-gemiddelde presteert, maar tegelijk achterstanden ervaart in digitale vernieuwing en AI-adoptie binnen de overheid.

De technologische basis is op orde en cybersecurity springt eruit. 79 Procent van de Nederlandse overheidswebsites voldoet aan gangbare securitystandaarden, tegenover 47 procent gemiddeld in de EU. Dat komt doordat Nederland actief inzet op monitoring en het toetsen van de veiligheid achter publieke websites. Voor veel andere Europese landen is security juist een zwak punt.

Lees ook: Waarom .gov meer is dan een dan een nieuw internetadres

Twee grote uitdagingen

Toch verschuiven de belangrijkste opgaven naar digitale soevereiniteit en toegankelijke dienstverlening voor iedereen. Het onderzoek adviseert lidstaten om overheidswebsites vaker te hosten bij Europese aanbieders, bijvoorbeeld via European Digital Infrastructure Consortia. Meer dan de helft (56 procent) van de Nederlandse overheidswebsites draait op infrastructuur van niet-Europese spelers. Datacenters staan soms fysiek in Europa, maar de onderliggende aanbieders zijn vaak niet-Europees.

Volgens Capgemini draait EU-breed meer dan een derde van de overheidswebsites op servers die uiteindelijk buiten de EU worden beheerd. De discussie rond soevereiniteit past in een bredere Europese trend om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse en Chinese technologie, wat eerder terugkwam bij de Apply AI-strategie waarin de Commissie 1 miljard euro investeert.

Het tweede vraagstuk is grensoverschrijdende dienstverlening. Diensten die goed werken voor nationale gebruikers moeten verder worden ontwikkeld voor internationale gebruikers. Daarvoor zijn interoperabele oplossingen nodig rond eID’s, digitale wallets en het uitwisselen van diploma’s en persoonlijke documenten.

Kwaliteit boven kwantiteit

Naast de Europese 2030-doelstelling, waarbij alle 96 gemeten publieke diensten online beschikbaar moeten zijn, wordt kwaliteit steeds belangrijker. De Nederlandse webtoegankelijkheid loopt voorop. Toch blijven kleurcontrast, alternatieve teksten bij afbeeldingen en ondersteuning voor schermlezers cruciaal. AI en chatbots kunnen de toegankelijkheid vergroten, maar de meeste chatbots zijn nog onvolwassen. De uitdaging zit niet in meer technologie, maar in begrijpelijke en bruikbare dienstverlening. Generatieve AI kan de Nederlandse overheidssector volgens een eerdere analyse jaarlijks 6 miljard euro opleveren.