Datacenters onder water: redding of nieuw milieuprobleem?

Datacenters onder water: redding of nieuw milieuprobleem?

De AI-boom drijft datacenters onder andere richting zee. Onderwater- en drijvende datacenters beloven minder stroom en minder zoet water te gebruiken, evenals minder ruimte op vaste grond in te nemen. Maar de warmte die ze lozen komt in kwetsbare zeegebieden terecht en onderhoud blijft lastig. Wat werkt inmiddels, en wat niet?

Het energieverbruik van datacenters loopt alsmaar op door het gebruik van AI. Dat zet ontwikkelaars aan om buiten de gebaande paden te kijken, namelijk de oceaan. Zeewater als koelmiddel scheelt elektriciteit en een module op de zeebodem of een drijvend platform vraagt nauwelijks land.

Op papier klinkt dat aantrekkelijk, maar in de praktijk is het beeld gemengder. Verplaatsen van servers naar zee laat het onderliggende stroomverbruik en de CO2-uitstoot grotendeels intact. Bovendien komen er nieuwe vragen bij over vergunningen, onderhoud en de gevolgen voor het zeeleven.

Het bekendste experiment kwam van Microsoft. In 2018 plaatste het bedrijf een waterdichte capsule met 864 servers op de zeebodem bij de Orkney-eilanden, verbonden met de kust via een kabel. Na twee jaar bleek de uitval ongeveer een achtste van vergelijkbare landdatacenters. Toch trok Microsoft in 2024 de stekker eruit en werden er geen nieuwe onderzeese datacenters gebouwd. Redenen gaf het bedrijf niet, maar analyses wijzen op vergunningen en de wens om hardware sneller te kunnen vervangen.

China zet wel door

Waar Microsoft stopte, ging China verder. Bij Lingang, voor de kust van Shanghai, draait sinds mei 2026 volledig commercieel wat geldt als het eerste onderwaterdatacenter op windenergie. Het project van 226 miljoen dollar koelt met zeewater in plaats van gekoeld zoet water.

De cijfers zijn opvallend. De installatie ligt zo’n tien kilometer uit de kust op ongeveer tien meter diepte en heeft een capaciteit van 24 MW. Meer dan 95 procent van de stroom komt volgens Chinese projectbronnen rechtstreeks van een nabijgelegen offshore windpark. Het verbruik ligt minstens 30 procent lager dan bij traditionele datacenters. Dat is logisch, want in conventionele datacenters gaat 25 tot 40 procent van de elektriciteit op aan koeling.

Drijvend in plaats van gezonken

Japan koos voor een andere route. Bij Yokohama opende in 2025 een datacenter in zeecontainers op een drijvend platform, gevoed door zonnepanelen met accu’s als opslag. De test loopt door tot maart 2027.

Singapore mikt op commerciële schaal. Infrastructuurbedrijf Keppel begon dit jaar met de bouw van een drijvend datacenter van vier verdiepingen, dat in 2028 open moet gaan. Het gaat om een modulair drijvend project van 25 MW. Keppel investeerde eerder al 10 miljoen dollar in Nautilus Data Technologies, dat drijvende, watergekoelde datacenters ontwikkelt.

Er zijn meer plannen. Ulsan in Zuid-Korea werkt sinds 2025 aan een onderwaterdatacenter voor ruim 100.000 servers, met 30 procent minder stroomverbruik. In de Amerikaanse staat Maine stelt DeepGreen Western Passage een afzinkbaar AI-datacenter in de Bay of Fundy voor, aangedreven door getijdenturbines. En in het Portugese Sines koelt het SIN01-datacenter met Atlantisch zeewater, maar dan wel gewoon vanaf het land.

Lees ook: Hebben datacenters een toekomst in de ruimte?

Warmte, onderhoud en weerstand

Het grootste milieubezwaar zit in het geloosde koelwater. Warm water kan zuurstofgehalte, pH en zeeleven in de omgeving beïnvloeden. HiCloud, aannemer van het Chinese onderwaterdatacenter bij Hainan, meldt een temperatuurstijging van minder dan 1 graad Celsius in het omringende zeewater. SIN01 in Portugal retourneert water dat ongeveer 1 graad warmer is.

Veel diersoorten die in de zee leven zijn afhankelijk van stabiele watertemperaturen voor voortplanting, voedsel en migratie. UNESCO schat dat zo’n 60 procent van de mariene ecosystemen al is aangetast of onduurzaam wordt gebruikt. Naarmate de oceaan verder opwarmt, wordt zeewater in sommige regio’s bovendien minder geschikt als koelmiddel.

Onderhoud blijft een van de grootste praktische knelpunten. Faalt één server in een verzegelde module, dan moet in het slechtste geval de hele capsule naar boven, terwijl je op land simpelweg een node vervangt.

Wel is er een argument dat op land steeds zwaarder weegt: draagvlak. Een peiling van maart 2026 wees uit dat 70 procent van de Amerikanen tegen AI-datacenters in de eigen omgeving is. Tegelijk woont meer dan de helft van de wereldbevolking binnen zo’n 190 kilometer van een kust. Zee-locaties blijven daarmee misschien toch een slimme keuze voor het plaatsen van nieuwe datacenters?