Nederlandse organisaties investeren flink in kunstmatige intelligentie. Maar slechts één op de vijf van die AI-projecten levert meetbare resultaten op. Dat is het laagste succespercentage van alle landen in het nieuwe State of Integration & AI 2026-rapport van Frends. Tegelijkertijd ervaart Nederland de hoogste interne weerstand en de meeste moeite met opschaling.
Het aandeel Nederlandse bedrijven dat AI inzet steeg van 34 procent in 2023 naar 67 procent in 2026. Toch vertaalt die brede adoptie zich nauwelijks in meetbare bedrijfsresultaten. Het State of Integration & AI 2026-rapport, uitgevoerd door Sapio Research in opdracht van Frends, ondervroeg in april 2026 in totaal 611 IT- en zakelijke besluitvormers uit Nederland, Duitsland, Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden. Nederland scoort in dat onderzoek op vrijwel elk vlak het laagst.
Nederlandse werknemers besteden gemiddeld slechts 6,6 uur per week aan handmatige routinetaken, het laagste van alle onderzochte landen. Tegelijkertijd geeft 97 procent aan dat dit soort taken het risico op menselijke fouten vergroot. Handmatig werk kost een Nederlandse organisatie met duizend medewerkers bovendien nog altijd gemiddeld 7,93 miljoen euro per jaar.
Interne weerstand en opschalingsproblemen
Waar het in Nederland wringt, zijn de organisatorische randvoorwaarden. 38 Procent van de Nederlandse organisaties ervaart interne weerstand tegen AI. Van de meegenomen landen in het onderzoek, is dat het hoogste percentage. Van de organisaties die AI al inzetten, noemt 34 procent het onvermogen om AI voorbij de pilotfase te schalen als voornaamste struikelblok. Ook dat is het hoogste in het onderzoek.
Slechts 12 procent hanteert een zogeheten Integration-First-aanpak. Daarbij wordt integratie al in de ontwerpfase meegenomen. 9 Procent van de Nederlandse organisaties overweegt AI-agents helemaal niet en dat is meer dan in andere deelnemende landen. Gemiddeld 44 procent van de Europese organisaties heeft AI al in productie of breed uitgerold. Het gemiddelde succespercentage van AI-projecten in Europa ligt op 32,6 procent.
“Veel Nederlandse organisaties hebben hun eerste stappen met AI gezet, maar worstelen met de overgang van experimenteren naar grootschalige implementatie. De uitdaging ligt onder meer in het creëren van organisatorisch draagvlak, het ontwikkelen van processen en het opbouwen van de infrastructuur die nodig is om AI een betekenisvol onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering te laten zijn,” zegt Arnoud Kool, Regional Sales Director Central Europe bij Frends.
Lees ook: Waarom een AI-agent een juridische tijdbom is voor je bedrijf
Van pilot naar productie
Dat de kloof tussen experimenteren en opschalen een breder Europees vraagstuk is, laat ook de Europese benchmark van Frends zien. Bijna drie kwart (74,5 procent) van de AI-initiatieven in Europa levert geen meetbare financiële impact op. Toch scoort Nederland relatief slechter dan de buurlanden.
“De volgende stap is het opschalen van AI voorbij individuele projecten en het verankeren ervan in dagelijkse bedrijfsprocessen. Daarvoor zijn de juiste randvoorwaarden nodig, waaronder verbonden systemen, toegankelijke data en organisatorische ondersteuning,” aldus Kool.