Nederlandse bedrijven verliezen jaarlijks ruim 7 miljard euro aan werkkapitaal door inefficiënte internationale betaalsystemen. Dat blijkt uit gezamenlijk onderzoek van financieel platform Airwallex en het Britse adviesbureau Cebr. De onderzoekers kwantificeren daarmee de schaal van wat zij het ‘Global Growth Tariff’ noemen, oftewel verborgen kosten die vastzitten in traditionele systemen voor grensoverschrijdende zakelijke betalingen.
Wereldwijd bedragen die verborgen kosten zo’n 330 miljard dollar per jaar. In EMEA loopt dat bedrag op tot circa 144 miljard dollar. Het Nederlandse verlies van 8,3 miljard dollar (7,15 miljard euro) komt voort uit drie categorieën. Het gaat daarbij om betalingsfouten en herstelkosten, valutamarges en correspondentbankkosten en tot slot de trage afwikkeling van betalingen.
Betalingsfouten zijn verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van de taart. Als zakelijke betalingen niet automatisch worden verwerkt, is namelijk handmatige interventie nodig. Die mislukte straight through processing (STP) veroorzaakt jaarlijks 640 miljoen dollar schade voor Nederlandse bedrijven. De kosten verspreiden zich daarna als een domino-effect door toeleveringsketens. Valutamarges en correspondentbankkosten drukken vervolgens wereldwijd nog eens zo’n 7,4 miljoen dollar per jaar op het bedrijfskapitaal. Trage afwikkeling zorgt tot slot nog eens voor circa 330 miljoen dollar aan bevroren liquiditeit.
Toenemende druk op cross-border betalingen
Uit data van FXC Intelligence blijkt dat de gemiddelde kosten voor grensoverschrijdende B2B-betalingen momenteel 1,6 procent bedragen. De G20 en FSB hebben als doel gesteld die ratio terug te brengen tot 1 procent eind 2027, maar ligt men ligt daarmee niet op koers. Het aandeel betalingscorridors met kosten boven de 3 procent steeg zelfs van 3,3 procent in 2023 naar 10 procent in 2025. Dat raakt Nederlandse exporteurs en importeurs direct in de cashflow.
Die trend past in een breder patroon rondom verouderde systemen. Eerder onderzoek wees al uit dat legacy-infrastructuur bij bijna alle ondervraagde organisaties het effectieve gebruik van nieuwe technologie belemmert. In de betaalwereld geldt hetzelfde. Wat in de bankwereld van twintig jaar geleden werkte, sluit niet meer aan op de eisen van moderne, internationaal opererende bedrijven.
Modernisering als uitweg
“Elke dollar die vastzit in het systeem kan niet in groei worden geïnvesteerd”, stelt Firdevs Abacioglu, Hoofd Data Science en AI bij Airwallex. Moderne betaalinfrastructuur biedt volgens haar een uitweg. Het is sneller, transparanter en gebouwd voor hoe het mondiale bedrijfsleven vandaag de dag werkt.
Marktanalisten verwachten dat internationale betalingen in 2026 nog verder digitaliseren. Dit komt vooral doordat vanaf november 2025 de nieuwe standaard ‘ISO 20022’ verplicht is voor de meeste internationale betalingen. Deze nieuwe standaard zorgt ervoor dat betalingen sneller automatisch gecontroleerd kunnen worden en verlaagt de verwerkingskosten.
Airwallex en Cebr hebben ook een tweede fase van het onderzoek aangekondigd. Daarbij richt men zich op hoe het Global Growth Tariff verschilt per sector en bedrijfsomvang, met specifieke aandacht voor SaaS, toerisme en e-commerce.