Rechter houdt overnameverbod Solvinity door Kyndryl overeind

Rechter houdt overnameverbod Solvinity door Kyndryl overeind

De voorzieningenrechter in Rotterdam wijst het verzoek van Solvinity en aandeelhouder Vitruvian Partners af om het overnameverbod te schorsen. De rechter erkent de wettelijke grondslag en oordeelt dat een overname door Kyndryl een bedreiging kan vormen voor het publiek belang.

Solvinity en het Londense private-equitybedrijf Vitruvian Partners hadden gevraagd het besluit van staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) te schorsen. De rechter erkent het spoedeisende belang van de eisers niet, maar gaf wel een uitgebreid vonnis. Daarin wordt de wettelijke grondslag voor het verbod erkend. Volgens Smit oordeelt de rechter onder meer dat ‘de overname van Solvinity door Kyndryl Nederland een bedreiging kan vormen voor het publiek belang.’ Een schorsing zou volgens het vonnis onomkeerbare gevolgen kunnen hebben.

Stichtingen als belanghebbenden

De rechter ziet de stichtingen The Firewall en Privacy First als belanghebbenden. Dat betekent dat zij bij vergelijkbare overnames in de toekomst opnieuw actie kunnen ondernemen. Aerdts krijgt in het vonnis kritiek vanwege haar ‘weinig rechtstatelijke proceshouding’, die volgens Smit verband houdt met pogingen om de stichtingen buiten de procedure te houden.

Het verbod zelf dateert van eind mei. Aerdts nam toen een negatief advies over van het Bureau Toetsing Investeringen, dat een risico voor het publieke belang constateerde. De deal, minstens 100 miljoen euro waard, zou volgens tegenstanders de infrastructuur achter DigiD en MijnOverheid in het geding brengen. Kyndryl kondigde de overname in november 2025 aan; op dat moment was er nog geen controverse ontstaan. De concurrentiewaakhond ACM had de transactie eerder ook goedgekeurd.

Conflict tussen Kyndryl en Solvinity

Uit details in het vonnis blijkt volgens Smit dat Solvinity en Kyndryl met elkaar in conflict liggen. Eerder dit jaar speelde een arbitragezaak tussen beide bedrijven. Smit maakt daaruit op dat Solvinity eiste dat de overname werd afgerond, terwijl Kyndryl daar niet mee wilde doorgaan. Dat verklaart volgens hem ook waarom Kyndryl zich niet tegen het verbod verzet.

Solvinity stelde eerder dat de staatssecretaris zich liet leiden door mediahype en dat het voortbestaan van het bedrijf op het spel staat. Naast deze voorlopige voorziening loopt nog een bredere bezwaarprocedure tegen het besluit.