Trendbericht CBS: Bijna iedereen en alles online

Nederlanders doen steeds meer online. Mensen gebruiken internet veel voor e-mailen, bankzaken en online shoppen. Steeds vaker gebruiken mensen het internet ook voor bijvoorbeeld tekstberichten, bellen, belastingaangifte en online shoppen en informatie over gezondheid. Dat blijkt uit het meest recente trendbericht van het CBS.

Vrijwel alle Nederlanders van 12 jaar of ouder (96 procent) hadden in 2018 toegang tot internet. Ruim 86 procent van de mensen gebruikte het internet dagelijks, vooral via smartphones.

In 2018 had 98 procent van de Nederlandse huishoudens thuis internet. Andere Europese landen waar het overgrote deel van huishoudens internettoegang heeft, zijn het Verenigd Koninkrijk (95 procent), Finland en Duitsland (94 procent). Binnen de Europese Unie had gemiddeld 89 procent van de huishoudens in 2018 een internetaansluiting. In 2012 was dat nog 76 procent.

Het aandeel huishoudens met internet is in veel Zuid- en Oost-Europese landen aanzienlijk kleiner. Toch hebben deze landen de afgelopen jaren een inhaalslag gemaakt. Zo had 72 procent van de huishoudens in Bulgarije in 2018 een internetaansluiting, terwijl dit in 2012 nog 51 procent was.

Smartphone meest gebruikt

In 2018 waren smartphones en laptops de meest gebruikte apparaten voor huishoudens. Smartphones waren aanwezig in 87 procent van de huishoudens, laptops bij 78 procent.

Smartphones hebben de laatste jaren veel terrein gewonnen. In 2012 beschikte nog maar 50 procent van de huishoudens over één of meer smartphones.

Tablets zijn ook in steeds meer huishoudens aanwezig. In 2018 had 63 procent van de huishoudens een tablet. In 2013 was dit nog 39 procent. Ook spelcomputers en tv’s werden in 2018 meer gebruikt om te internetten dan in eerdere jaren. Dit terwijl het gebruik van desktops juist afnam. In 2012 gebruikte 64 procent van de huishoudens een desktop om te internetten. In 2018 was dat afgenomen tot 50 procent.

 

Bellen via internet

Het percentage personen dat telefoneert via internet steeg van 23 naar 55 tussen 2012 en 2018. Vooral jongeren bellen via internet. Van de 12- tot 25‑jarigen belde 77 procent in 2018 via internet. Van de 75‑plussers was dit 22 procent. Dat was in 2012 nog 34 procent en 4 procent.

Ook hoogopgeleiden bellen vaker via internet dan laagopgeleiden. 65 procent tegen 46 procent. Dit verschil wordt niet verklaard door het feit dat hoogopgeleiden vaker een smartphone hebben of gemiddeld jonger zijn dan laagopgeleiden. Internetbellen steeg onder alle onderwijsniveaus.

Ouderen vaker op sociale media

Het zijn vooral jongeren die sociale media gebruiken, maar de laatste jaren maken ook meer ouderen er gebruik van. Vooral directe uitwisseling van tekstberichten wordt vaak gebruikt. Acht op de 10 Nederlanders van 12 jaar of ouder wisselden in 2018 berichten uit via een dienst als WhatsApp. Het aandeel ouderen dat direct messaging gebruikt is verder toegenomen. Onder 75‑plussers zelfs van 15 procent naar 32 procent in twee jaar.

Daarna zijn vooral sociale netwerken zoals Facebook en Twitter populair. Zeker 62 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder gebruikte in 2018 zo’n sociaal netwerk.

Ook het gebruik van sociale netwerken is de laatste jaren onder ouderen relatief sterk gestegen. In 2018 gebruikte 34 procent van de 65- tot 75‑jarigen deze netwerken, terwijl dit in 2012 nog 12 procent was. Onder de 75‑plussers nam het aandeel toe van 2 procent in 2012 naar 19 procent in 2018.

In 2018 gebruikte 82,1 procent van de 12- tot 45-jarigen sociale netwerken zoals Instagram en Twitter. Bij 45- tot 65-jarigen was dat 57,5 procent, bij 65- tot 75-jarigen gebruikte 33,7 procent sociale netwerken en 18,8 procent van de 75-plussers was te vinden op sociale netwerken.

 

Informatie over gezondheid

Internet wordt ook veel gebruikt voor het vinden van informatie. 84 procent heeft in 2018 online informatie over goederen en diensten opgezocht. Ook wordt steeds vaker op internet informatie gezocht over gezondheid en leefstijl.

Van de Nederlanders van 12 jaar of ouder zocht 67 procent in 2018 online naar informatie over gezondheid en leefstijl. In 2012 was dit nog niet de helft. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om informatie over ziekten, voeding of beweging.

Het zijn vooral 25- tot 45‑jarigen die hier online naar zochten, 80 procent van de personen in deze leeftijdsgroep had dit in 2018 gedaan. Van de Nederlanders van 45 tot 65 jaar en 65 jaar of ouder gaf 70 procent en 52 procent aan online op zoek te zijn geweest naar informatie over gezondheid.

 

Online shoppen

In 2018 gaf 78 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder, ongeveer 11,5 miljoen mensen, aan iets online gekocht te hebben. In 2012 zei 64 procent nog goederen of diensten online aangeschaft te hebben. Het aandeel online kopers is het sterkst gestegen bij 65‑plussers.

Dat aandeel ging omhoog van 25 procent in 2012 naar 45 procent in 2018. Van de 25- tot 45‑jarigen zei 94 procent in 2018 iets online gekocht te hebben. Van de 45- tot 65‑jarigen 83 procent. In 2012 was dat nog respectievelijk 83 procent en 64 procent.

Online shoppers kochten in 2018 het vaakst kleding of sportartikelen (56 procent), reizen en vakanties (50 procent) en kaartjes voor evenementen (46 procent).

 

6 procent nooit online

Ongeveer 886 duizend mensen, 6 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder, gaven in 2018 aan nog nooit internet te hebben gebruikt. In 2012 was dat 10 procent. Vooral 75‑plussers behoren tot de niet-gebruikers.

De groep 75‑plussers die nog nooit online is geweest, is wel kleiner geworden. In 2012 zei 66 procent van de personen in deze leeftijdscategorie nog nooit internet te hebben gebruikt. Dit daalde naar 50 procent in 2015 en naar 32 procent in 2018.

In jongere leeftijdscategorieën is het niet-gebruik van internet gering. Van de 45- tot 65‑jarigen was 4 procent nog nooit online geweest. Personen van 25 tot 45 jaar maken bijna allemaal gebruik van het internet.

Gerelateerde berichten...

X