Het komende kabinet moet digitalisering weer op de rails zetten

Lotte de Bruijn directeur NLdigital

Er staat wat op het spel bij de aankomende verkiezingen. De aanpak van de coronacrisis domineert natuurlijk de debatten en campagnes, maar de politici richten hun blik gelukkig ook op de langere termijn. En dan kun je niet om het thema digitalisering heen. “Het borrelt onder de oppervlakte”, zegt Lotte de Bruijn, directeur van NLdigital. “Voor steeds meer mensen wordt duidelijk dat we voor een enorme opgave staan om in de digitale voorhoede te blijven. En dat lukt alleen als de politiek er de komende vier jaar in slaagt om grip op digitalisering te krijgen.”

Meer grip op digitalisering was ook de doelstelling van de Tijdelijke Commissie Digitale Toekomst van de Tweede Kamer. De commissie presenteerde in mei 2020 haar aanbevelingen voor hoe de Kamer zich beter kan organiseren om haar kennispositie op digitale dossiers te verbeteren. “De Tijdelijke Commissie heeft een aantal goede aanbevelingen gedaan”, zegt De Bruijn. “Ik mocht namens onze sector deelnemen aan een hoorzitting van de commissie. Een van onze adviezen was om dossiers met een digitale component integraal te behandelen, omdat digitalisering dwars door allerlei traditionele beleidsthema’s snijdt. Dit hebben ze overgenomen in de vorm van de Vaste Kamercommissie Digitale Zaken, die na de verkiezingen formeel van start gaat.”

Nederland is geen digibetocratie

De adviezen van de Tijdelijke Commissie Digitale Toekomst zijn goed ontvangen. Tegelijkertijd bleek dat zo ongeveer alle leden van de commissie straks de Tweede Kamer verlaten. Kamerleden Verhoeven (D66), Middendorp (VVD), Buitenweg (GroenLinks) en Van Dam (CDA) keren allemaal na de verkiezingen niet meer terug. Dat roept de vraag op of de Kamer wel de benodigde kennis heeft om haar taak goed uit te voeren. Het was zelfs aanleiding voor het programma Zondag met Lubach om aandacht te besteden aan de gebrekkige digitale kennis van de politiek. Daarmee heeft een onderwerp dat onder IT’ers al langer speelde ineens brede aandacht. Een positieve ontwikkeling, vindt De Bruijn, maar ze plaatst toch graag een kanttekening.

“De term digibetocratie is mooi gevonden en blijft lekker hangen, maar het klopt natuurlijk niet. Ons land wordt – gelukkig – niet geleid door digibeten. Daarmee doe je alle capabele mensen bij de overheid echt tekort. Begrijp me niet verkeerd, er gaan veel dingen mis en het kennisniveau moet op sommige fronten echt omhoog. Maar dat geldt net zo goed voor de politiek als voor veel burgers en bedrijven. We moeten oppassen dat het geen wij/zij-verhaal wordt. Ik hoor regelmatig van mensen uit onze sector dat ze de politiek compleet hebben afgeschreven. ICT en overheid is een slechte combinatie, dat wordt toch nooit wat, zeggen ze dan. Omgekeerd zie ik bij Kamerleden en bestuurders weinig interesse in het dossier digitaal. En geef ze eens ongelijk. Het beeld is toch dat er weinig mee te winnen valt en veel te verliezen. Dat is eeuwig zonde. Ik wil die kloof tussen sector en politiek echt dichten. Ondernemers moeten inzien dat wat er in Den Haag en Brussel gebeurt hen direct aangaat. En politici moeten inzien dat ze niet zonder digitale technologie kunnen. Sterker nog: dat digitalisering de sleutel is om hun doelen op veel andere dossiers te bereiken.”

Minister van ICT

Dat raakt aan een belangrijk dilemma in de politiek: digitalisering gaat over alles, maar niemand is er verantwoordelijk voor. Moet er niet eindelijk een minister van ICT komen? “Ik vind dat ongelooflijk lastig”, zegt De Bruijn. “Je hoort die oproep nu heel veel. Net als vier jaar geleden overigens en eigenlijk al sinds de jaren ’90. Binnen de branche zijn de meningen echt verdeeld. We hebben ons daarom nooit expliciet uitgesproken voor een minister van ICT. Er zitten voordelen aan, maar ook een aantal risico’s en vraagtekens. Moet zo’n minister bijvoorbeeld zijn eigen ministerie krijgen? Of wordt het een minister zonder eigen ambtenaren, zoals vroeger de minister van Wonen? En wat wordt dan zijn of haar mandaat? Het risico is dat het een minister wordt die over alles gaat, maar niets mag beslissen. Of omgekeerd: dat de minister van ICT als enige over digitalisering gaat. Met het risico dat de overige ministers digitalisering alsnog links laten liggen, want daar gaan ze niet over.

Ik wil niet dat de minister van ICT een symbolische oplossing wordt, terwijl er fundamenteel niets verandert. Dat tijdsverlies kunnen we ons niet meer veroorloven. In de komende kabinetsperiode móet het gebeuren. We willen een innovatieve kenniseconomie zijn. We willen vooroplopen in Europa en zelfs wereldwijd. Er liggen grote vraagstukken op het gebied van energie, klimaat, zorg, onderwijs en gelijkheid. Die hebben allemaal een sterke digitale component. We hebben een kabinet nodig met visie op hoe digitalisering al deze doelen en uitdagingen raakt. Ministers die buiten hun eigen koker kijken en de lijntjes met elkaar verbinden.”

Kansen en risico’s

Het debat over digitalisering en de politiek is ook weer opgelaaid door recente schandalen als de toeslagenaffaire en het datalek bij de GGD. Zouden een digitaal vaardige Kamer en een minister van ICT niet helpen om meer controle te houden op zaken als privacy, security en ethiek? Deels, denk De Bruijn. “Uiteindelijk zijn dit zaken die op de werkvloer moeten worden opgelost. De politiek kan stimuleren en controleren, maar niet alles bepalen. Bij zo’n grootschalig datalek als bij de GGD is het goed als er deskundige Kamerleden zijn die de minister het vuur aan de schenen kunnen leggen. Maar dat is achteraf. Het ging mis toen de GGD de bestuurlijke keuze maakte om gegevensbescherming ondergeschikt te maken aan andere belangen. Hetzelfde geldt voor de inzet van algoritmes voor de opsporing van fraude. Daar gaat een politieke keuze aan vooraf om burgers op die manier te behandelen. Ik zou graag zien dat politici zich niet blindstaren op de technologie zelf, maar ook kijken naar de context waarin het wordt toegepast. Ook daarvoor helpt het als Kamerleden digitaal vaardiger zijn overigens.”

De Bruijn waarschuwt ook voor een te grote focus op de risico’s van digitalisering. “De toon is toch een beetje van: digitalisering is belangrijk, maar… En dan volgt een hele rits aan problemen en vraagstukken. Wat mij betreft kun je de kansen van digitalisering alleen benutten als je de risico’s ook benoemt. Maar dan moet je de risico’s ook wel bekijken in de context van de kansen. Dat laatste mis ik een beetje. Dat heeft ook alles te maken met wat ik eerder zei over de interesse van politici in digitale technologie. Als het alleen maar gaat over risico’s snap ik wel dat niemand er zijn vingers aan wil branden. Maar waarom bekijken we het niet van de andere kant? Kamerleden zijn verkozen met de belofte om Nederland beter te maken. Digitalisering biedt het gereedschap om die belofte waar te maken. Dat is toch de beste motivatie die er is om je als Kamerlid te verdiepen in digitale technologie?”

 

Dirk de Groot, senior vice president CGI Nederland, bestuurslid NLdigital:

“Verbetering van de digitale overheid ontbreekt helaas in de meeste verkiezingsprogramma’s. Toch zien we een paar lichtpuntjes, met name bij de wat grotere partijen. Ik hoop dat het volgende kabinet werk maakt van een sterke digitale overheid die behoort tot de Europese top. Vanuit de sector staan we klaar om te helpen en samen te werken waar mogelijk.”

 

Michiel van Vlimmeren  CEO Salesforce Nederland, bestuurslid NLdigital 

“Het tekort aan digitaal talent blijft groeien. De behoefte aan digitale vaardigheden binnen en buiten onze sector steeds groter. Het is daarom positief dat partijen aandacht hebben voor een leven lang ontwikkelen. Er ligt een plan klaar om 36.000 personen om te scholen tot IT’er, wij hopen dat de politiek ons daarin steunt. Ik zou daarnaast graag zien dat het volgende kabinet eindelijk digitale geletterdheid onderdeel maakt van het basis- en voortgezet onderwijs. Zonder digitaal onderwijs voor iedereen zijn kinderen niet klaar voor de toekomst, en neemt ongelijkheid toe. Daarom wachten wij niet en investeren we als sector al in lesmateriaal en gastdocenten om het nu in het klaslokaal te krijgen.”

 

Rob Idink, managing director HP Nederland, bestuurslid NLdigital

 “We hebben als sector de doelstelling om in 2030 co2-neutraal te zijn. Wij zien een belangrijke rol voor digitalisering en technologie in het halen van de duurzaamheidsdoelen van andere sectoren en Nederland als geheel. Duurzaam digitaal en digitaal duurzaam noemen we dat. Van de politieke partijen die het belang van duurzaamheid erkennen, hebben de meesten gelukkig aandacht voor deze ‘enabling’ rol van digitalisering. Toch zien wij nog meer mogelijkheden om de kansrijke combinatie van digitale transformatie en duurzaamheid te benutten. Het is essentieel dat het nieuwe kabinet dit nog sterker zal omarmen.”

Positieve trend

Net als bij de vorige verkiezingen heeft NLdigital de partijprogramma’s van een aantal partijen langs de digitale meetlat gelegd. De partijen krijgen een score op veertien punten die NLdigital van belang vindt. “Het resultaat is heel wisselend”, zegt De Bruijn.

“Als het gaat om infrastructuur bijvoorbeeld, dan zie je dat partijen toch nog vooral naar de traditionele fysieke infra kijken. En als ze de digitale infrastructuur al noemen, dan willen ze die vooral uit handen van buitenlandse partijen houden. Maar er wordt nauwelijks iets gezegd over de investeringen die nodig zijn om onze koppositie op peil te houden. Ook als het gaat over de energietransitie hebben partijen nauwelijks aandacht voor de rol van digitalisering. Terwijl ze bijvoorbeeld binnen de EU al lang spreken van de ‘twin transition’. Aan de andere kant hebben partijen op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt wel bijna allemaal een leven lang ontwikkelen omarmd. Iedereen lijkt in te zien dat we een cultuuromslag moeten maken in het opleiden en blijven ontwikkelen van mensen. Dat is een onmisbaar ingrediënt voor een succesvolle digitale economie. Het effect van de coronacrisis is ook zichtbaar in de partijprogramma’s. Er is opvallend veel aandacht voor thuiswerken. Veel partijen willen ook na de crisis het werken op afstand stimuleren. Gelukkig is er daarbij ook aandacht voor een goede balans tussen werk en privé.”

Aan deze verkiezing doet een recordaantal van 37 partijen mee. De analyse van NLdigital kijkt vooral naar de traditionele, grotere partijen. Hoe zit het met de nieuwkomers? “Om praktische redenen hebben we ervoor gekozen om in ons overzicht alleen de partijen mee te nemen die op vijf of meer zetels staan”, zegt De Bruijn. “Dat zijn waarschijnlijk de partijen die straks aan de formatietafel zitten. We hebben ook gekeken naar de nieuwe partijen en dan valt op dat die bovengemiddeld veel aandacht voor digitalisering hebben. In de Technologie Kieswijzer van STT – waar NLdigital bij betrokken was – zijn de kleinere partijen wel grotendeels opgenomen. En ook daar zie je vernieuwende ideeën. Dat is een goed teken. Als je nu een politieke partij opricht dan is digitalisering blijkbaar een onderwerp waar je niet omheen kunt. Nu de gevestigde orde nog!’

Lees ook:

Gerelateerde berichten...

X