Duitse deelstaten bundelen digitale soevereiniteit op Nextcloud

Van losse eilanden naar gedeeld platform

Duitse deelstaten bundelen digitale soevereiniteit op Nextcloud

Mecklenburg-Vorpommern rolt een deelstaatbreed samenwerkingsplatform op Nextcloud uit en sluit daarmee aan bij buurstaat Sleeswijk-Holstein. Daarmee ontstaat tussen Europese overheden een zeldzaamheid: een gedeelde soevereine basis in plaats van weer een losse oplossing erbij.

De Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern neemt afscheid van Microsoft SharePoint en kiest het open-sourceplatform Nextcloud als samenwerkingsplatform voor de hele deelstaat. Dat meldt het bedrijf. Op termijn moeten ruim 50.000 medewerkers van deelstaat en gemeenten ermee werken. De ambitie is fors, de realiteit vooralsnog bescheidener: momenteel gebruiken zo’n 5.000 medewerkers het platform actief, en dan alleen voor het delen van bestanden.

Het beheer ligt bij DVZ M-V GmbH, de IT-dienstverlener van de deelstaat, die het platform op eigen infrastructuur draait. De migratie weg van Microsoft SharePoint is inmiddels afgerond. “De overstap is stap voor stap voltooid, zonder verstoring of dataverlies voor medewerkers”, zegt Marco Anschütz, CIO van Mecklenburg-Vorpommern. “Samen met DVZ M-V hebben we een platform gebouwd dat vandaag betrouwbaar draait en zich stapsgewijs blijft uitbreiden.” Geen big bang dus, maar een gecontroleerde uitbouw.

Controleerbaar model

De keuze voor Nextcloud staat niet op zichzelf. De deelstaat zet parallel OpenProject in als alternatief voor commerciële projectmanagementtools en ontwikkelde LEA, een eigen AI-chatbot voor de publieke sector, gebouwd op OpenWebUI. “Digitale soevereiniteit en open source zijn centrale doelen en hoekstenen van het digitaliseringsbeleid in Mecklenburg-Vorpommern”, zegt Dr. Heiko Geue, minister van Financiën en Digitalisering. “We willen het gebruik van open source continu uitbreiden en gemeenschappelijke standaarden en open interfaces voor IT-oplossingen in de publieke sector bevorderen. Alleen zo behouden deelstaat en gemeenten hun handelingsvermogen.”

Wat de deelstaat feitelijk kiest is geen leverancier, maar een controleerbaar model. De software draait onder de vrije AGPLv3-licentie, waardoor de deelstaat de broncode op elk moment kan inzien, auditen en aanpassen aan eigen beveiligingseisen. Precies die constructie beschermt tegen het scenario dat Nederland eind 2025 met Solvinity aan den lijve ondervond: een Europese leverancier van kritieke overheidssystemen die door een Amerikaanse overname onder Amerikaanse jurisdictie dreigde te vallen, tot het kabinet de deal verboden. Open-sourcecode op eigen infrastructuur kan niet worden weggekocht

Noord-Duitse alliantie

Het opvallendste aan de aankondiging is echter niet de technologie, maar de samenwerking. In november 2025 tekende het ministerie al een samenwerkingsovereenkomst met de Staatskanselarij van Sleeswijk-Holstein, de deelstaat die geldt als Duitse koploper in de overstap naar open source en eveneens op Nextcloud inzet. Met de keuze van Mecklenburg-Vorpommern ontstaat een technologische alliantie tussen de twee noordelijke deelstaten, die digitale soevereiniteit niet alleen op papier maar op hetzelfde platform in de praktijk brengen.

Dat is precies wat er tot nu toe ontbrak. De Europese soevereiniteitsbeweging kenmerkt zich door geïsoleerde successen: Nextcloud in Oostenrijk, LibreOffice in Sleeswijk-Holstein, OpenDesk bij het Internationaal Strafhof, OpenStack in Frankrijk. Stuk voor stuk bewijzen ze dat het kan, maar elk eiland koos een eigen oplossing, waardoor de schaal en het netwerkeffect van de Amerikaanse hyperscalers buiten bereik bleven.

Twee deelstaten die bewust dezelfde basis kiezen, doorbreken dat patroon. “Allianties als deze tussen deelstaten zijn essentieel om open source de standaard te maken in de publieke sector, in plaats van de uitzondering”, zegt Frank Karlitschek, CEO en oprichter van Nextcloud. Zijn bedrijf wijst daarnaast op groeiende adoptie elders: volgens Nextcloud werkt de Franse regio ÃŽle-de-France met ruim 550.000 leerlingen, docenten en medewerkers op het platform en gebruikt het Franse ministerie van Onderwijs de software voor 400.000 medewerkers, met plannen voor uitbreiding naar 1,2 miljoen.

Groter eiland of fundament

Toch is een gedeeld product nog geen gedeelde architectuur. De kritiek op de Europese aanpak richt zich op het ontbreken van een overkoepelende laag: gezamenlijke identiteits- en autorisatiesystemen, consistente API-contracten, gedeelde operationele standaarden. Twee deelstaten op dezelfde software zijn een begin, maar geen bewijs dat die laag er komt. De samenwerkingsovereenkomst tussen beide deelstaten biedt daarvoor wel een aanknopingspunt, net als Geues nadruk op gemeenschappelijke standaarden en open interfaces.

De komende jaren moeten dat uitwijzen. De uitbouw naar chat, videoconferencing en groupware staat gepland en zo’n 45.000 medewerkers moeten nog aanhaken, van ministeries tot gemeentelijke instellingen. Sleeswijk-Holstein is in de eigen migratie bovendien al verder. Daarmee ligt er tussen twee Europese overheden een soevereiniteitsafspraak die verder reikt dan een intentieverklaring. Wat er nog niet ligt, is het bewijs dat ze samen meer bouwen dan twee keer hetzelfde.