3min Ondernemen

Kabinet trekt 18 miljoen euro uit voor zeekabel naar Japan

Kabinet trekt 18 miljoen euro uit voor zeekabel naar Japan

Het kabinet investeert 18 miljoen euro in onderzoek naar nieuwe internationale zeekabelverbindingen. Een deel van het geld gaat naar de vraag of Nederland kan aansluiten op een datakabel richting Japan die via het Noordpoolgebied loopt. De verbinding zelf is daarmee nog niet geregeld.

Het onderzoek moet de mogelijke route en de zeebodem in kaart brengen. Daarbij wordt bekeken of een Nederlandse aansluiting technisch en ruimtelijk haalbaar is. Pas daarna volgt het verdere ontwerp en de voorbereiding van de verbinding.

De route via het hoge noorden is geen nieuw idee. Nederlandse beleidsstukken noemen Far North Fiber, een geplande Arctische kabel tussen Europa en Japan die voor meer routediversiteit tussen beide continenten moet zorgen. In diezelfde stukken staat dat over een Nederlandse aftakking en aanlanding is gesproken, maar dat een definitief Nederlands landingspunt nog ontbreekt. De Zeekabel Coalitie wilde Far North Fiber en Polar Connect eerder samenbrengen in een breder Pan-Arctic Cable System, om de businesscase te versterken.

Knooppunt onder druk

De Zeekabel Coalitie spreekt van een belangrijke stap. Volgens de publiek-private samenwerking zijn nieuwe verbindingen nodig om de positie van Nederland als internationaal digitaal knooppunt vast te houden. De Tweede Kamer nam eerder dit jaar al een amendement aan dat de basis legde voor de investering.

Dat pleidooi klinkt al langer. Adviesbureau Stratix concludeerde eerder dat Nederland op korte termijn moet investeren in nieuwe glasvezelzeekabels, omdat bestaande kabels door groeiende capaciteitsvraag en veroudering ontoereikend kunnen worden. Ook brancheorganisatie DINL pleitte voor meer zeekabels en digitale soevereiniteit als fundament onder de digitale economie.

Ongeveer 98 procent van het wereldwijde dataverkeer loopt volgens de coalitie via kabels op de zeebodem. Meer verschillende routes moeten de Nederlandse infrastructuur weerbaarder maken en de afhankelijkheid van afzonderlijke verbindingen verkleinen. De coalitie koppelt de investering ook aan digitale autonomie. Door allerlei geopolitieke spanningen wordt zeggenschap over eigen infrastructuur steeds belangrijker. Tegelijk moeten nieuwe kabels buitenlandse investeringen, innovatie en het verdienvermogen aanjagen.

De verschuiving naar noordelijke routes en waterrijke locaties raakt niet alleen kabels, maar ook de datacenters zelf. Zo steekt de Europese Unie 200 miljoen euro in datacenters en satellietinfrastructuur op Groenland om soevereine noordelijke knooppunten te versterken. Tegelijkertijd verkennen marktpartijen alternatieven direct op of in het water. Zo werkt Samsung aan een drijvend datacenter dat in 2028 gereed moet zijn, terwijl een Noorse startup nog dit jaar een onderzees datacenter wil testen. Dergelijke concepten leveren efficiënte koeling en ruimtevoordelen op, al roept het plaatsen van datacenters onder water ook discussie op over mogelijke milieugevolgen.

Verouderende infrastructuur

Peter van Burgel, CEO van internetknooppunt AMS-IX, waarschuwt dat de huidige positie niet vanzelfsprekend is. ‘Een belangrijk deel van de bestaande zeekabelinfrastructuur veroudert, terwijl andere landen volop investeren in nieuwe verbindingen.’

AMS-IX zelf blijft groeien. Het knooppunt verwerkte in 2025 35,66 exabytes aan data en bereikte dit jaar een piek van 15 Tbit/s. Ondertussen draait de discussie ook om bescherming. Nederland en andere Noordzeelanden werken aan extra beveiliging van internetkabels tegen sabotage, met sensoren, maritieme surveillance en samenwerking tussen kuststaten. TNO gebruikt daarvoor onder meer dark fibers om scheepstrillingen te detecteren.

Met de 18 miljoen euro die nu op tafel ligt, ligt er dus nog geen kabel. Na het onderzoek zijn volgens de Zeekabel Coalitie verdere investeringen nodig, plus samenwerking tussen publieke, private en internationale partijen.