Google stapt naar de Raad van State tegen de Waalse weigering om de vergunning van zijn datacenter in Farciennes aan te passen. Het bedrijf wil tot 600 kubieke meter water per uur uit de Samber halen voor koeling. Daarvan zou amper een kwart terugvloeien naar de rivier.
Het bedrijf gaat in beroep tegen de Waalse minister van Ruimtelijke Ordening en Infrastructuur François Desquesnes, schrijft IT Daily. Die weigerde in augustus de vergunning voor het datacenter in Farciennes aan te passen. Het geschil draait om wateronttrekking uit de Samber.
In Farciennes, vlak bij Charleroi, wil Google twee datacenters combineren. Het oorspronkelijke goedgekeurde ontwerp ging uit van koeling met lucht. Het bedrijf wil echter overstappen naar verdampingskoeling, maar daarvoor is tot 600 kubieke meter rivierwater per uur nodig.
Het gaat hierbij niet om directe vloeistofkoeling van IT-apparatuur, maar om water dat bij de warmtewisselaars verdampt. Die verdamping onttrekt warmte aan het koelsysteem, maar zorgt er tegelijk voor dat het water grotendeels verdwijnt. Van de 600 kubieke meter per uur zou er minder dan 150 kuub terugkeren naar de rivier.
Van startschot tot bezwaarschrift
Het project loopt al enkele jaren. Google kocht in 2021 grond in Farciennes, zo’n 53 hectare op bedrijventerrein Ecopôle. In februari 2024 bemachtigde het bedrijf de initiële vergunning, waarna in april het officiële startschot volgde in aanwezigheid van toenmalig energieminister Tinne Van der Straeten. De site maakt deel uit van een miljardeninvestering, verdeeld over Farciennes en de campus in Saint-Ghislain.
Volgens Frederic Descamps, Data Center Lead van Google in België, moet de uitbreiding “de groeiende vraag naar onze AI- en cloudservices helpen beantwoorden en bedrijven in heel België van essentiële rekencapaciteit voorzien.”
Aanvankelijk leek de vergunningswijziging voor de koeling geen probleem: de Waalse waterwegbeheerder gaf een gunstig advies. Bezorgde omwonenden tekenden echter bezwaar aan. Zij wezen op de lozing van opgewarmd restwater, risico’s voor het beschermde natuurgebied aan de overkant van de Samber en hekelden de gebrekkige bekendmaking via een nauwelijks zichtbaar aanplakbiljet in een rustige straat.
Lees ook: Google’s vijf beloftes voor duurzame datacenters
Economische injectie versus strenge duurzaamheidseisen
Het conflict raakt een gevoelige economische snaar. Farciennes kampt met de reputatie van armste gemeente in Wallonië. Het datacenter moet er direct honderd banen opleveren, naast nog eens honderd arbeidsplaatsen in Saint-Ghislain. Sinds 2007 pompte de techreus al circa vijf miljard euro in Belgische datacenterinfrastructuur, goed voor een gerapporteerde bbp-bijdrage van 2,7 miljard euro. Daarnaast bezit de groep nog grondreserves nabij La Louvière.
Tegenover die economische injectie staan scherpe ecologische voorwaarden. Om als ‘groen datacenter’ te gelden, moet de vestiging tegen 2030 voor minstens 95 procent op koolstofvrije stroom draaien, overtollige warmte terugleveren aan de omgeving en grootschalige batterijsystemen benutten ter vervanging van dieselaggregaten. De geplande wateronttrekking doorkruist die verduurzamingsdoelen in de ogen van de Waalse overheid.
De waterafdruk van AI
Waarom ligt verdampingskoeling zo gevoelig? Wie de waterimpact van grootschalige AI-modellen aanhaalt, doelt exact op deze technologie. In 2025 consumeerden AI-systemen wereldwijd naar schatting tot 765 miljard liter water. Een middelgroot datacenter verbruikt gemiddeld zo’n 1,4 miljoen liter water per dag, uitschieters daargelaten.
Veel andere Belgische datacenters koelen daarom met gesloten warmtewisselaars op buitenlucht. Gebeurt koeling toch via verdamping dan gebeurt dit enkel sporadisch en op basis van zelf opgevangen hemelwater.
Ook Europa scherpt het toezicht aan. Waterkoeling vertegenwoordigt inmiddels ongeveer 20 procent van de Europese datacentermarkt. Terwijl de Europese Commissie werkt aan geharmoniseerde minimumnormen voor waterzuinigheid, ontbreekt momenteel een overkoepelend Europees plafond voor oppervlaktewateronttrekking. De beslissing ligt daardoor bij regionale vergunningverleners. De Raad van State moet nu oordelen of de Waalse weigering juridisch standhoudt.