3min Ondernemen

Nederlandse organisaties missen stevige basis voor datasamenwerking

Nederlandse organisaties missen stevige basis voor datasamenwerking

Nederlandse organisaties zijn nog onvoldoende voorbereid op succesvolle samenwerking in data-ecosystemen. Hoewel vrijwel alle onderzochte organisaties in Europa inmiddels stappen zetten om data te delen met partners, leveranciers of andere partijen, blijft Nederland achter op het gebied van strategie, technologie en veilige datadeling. Dat blijkt uit de Tech Reality Check 2026 van Conclusion, waarvoor 1.058 IT-beslissers in Nederland, Duitsland, Portugal en Spanje zijn ondervraagd.

Data-ecosystemen worden steeds belangrijker. Daarbij wisselen organisaties data uit met andere partijen binnen hun sector, regio of keten. Dat kan leiden tot betere besluitvorming, efficiëntere processen, innovatie en nieuwe vormen van samenwerking. Toch blijkt uit het onderzoek dat veel organisaties nog niet verder komen dan de eerste stappen.

Samenwerking

Binnen de vier onderzochte landen heeft slechts drie procent van de organisaties nog helemaal geen actie ondernomen op het gebied van datasamenwerking. Tegelijkertijd heeft maar veertien procent al een volwaardige en structurele samenwerking gerealiseerd. De ambitie is er dus wel, maar de praktijk blijft vaak beperkt tot pilots, losse experimenten of voorzichtige initiatieven.

De grootste belemmeringen liggen volgens het onderzoek niet zozeer bij de techniek, maar bij governance, risico’s en vertrouwen. Meer dan de helft van de organisaties, 54 procent, wil wel samenwerken in data-ecosystemen, maar durft dat nog niet goed vanwege zorgen over aansprakelijkheid en verlies van controle. Juridische en privacykwesties, waaronder de AVG en GDPR, worden door 51 procent genoemd als belangrijke blokkade.

Data-uitwisseling

Voor Nederland zijn de cijfers opvallend zwak. Slechts 37 procent van de Nederlandse organisaties beschikt over een uitgebreide strategie voor data-uitwisseling. In Duitsland en Spanje ligt dat aandeel met 67 procent aanzienlijk hoger. Portugal komt uit op 53 procent. Ook bij de inzet van technologie blijft Nederland achter. AI en machine learning voor dataverwerking worden door 37 procent van de Nederlandse organisaties gebruikt, tegenover 64 procent in Duitsland.

Daarnaast zegt slechts 35 procent van de Nederlandse respondenten grotendeels of volledig klaar te zijn voor veilige datadeling. Ook dat wijst erop dat de randvoorwaarden voor succesvolle samenwerking nog onvoldoende zijn ingevuld.

Structurele samenwerking

Toch is het beeld niet uitsluitend negatief. Van de Nederlandse organisaties heeft acht procent inmiddels structurele samenwerking in data-ecosystemen gerealiseerd. Tegelijkertijd geeft slechts zes procent aan geen enkele meetbare verbetering te zien door datasamenwerking. Dat betekent dat organisaties die de stap wél zetten, doorgaans resultaat boeken.

Volgens Ernout Douqué, CTO bij Conclusion Intelligence, laten de cijfers vooral zien dat Nederland niet moet afwachten. “De zwakke Nederlandse uitgangspositie is geen reden om stil te blijven staan, maar juist een aansporing om in beweging te komen”, stelt hij. Volgens Douqué ligt de volgende stap niet in nog meer losse pilots, maar in een brede datastrategie met duidelijke afspraken over eigenaarschap, aansprakelijkheid en standaarden.

De conclusie van het onderzoek is daarmee helder: Nederlandse organisaties zien de waarde van datasamenwerking, maar missen vaak nog het fundament om die samenwerking veilig, structureel en schaalbaar te maken.