Belastingdienst zet meer in op digitale autonomie

Belastingdienst zet meer in op digitale autonomie

Staatssecretaris Eerenberg van Financiën wil de Belastingdienst ‘rijksbreed koploper maken op het gebied van digitale autonomie’. In een brief aan de Tweede Kamer presenteert hij vier thema’s, waar de focus op moet liggen. Dat zijn meer zelfbouw en eigen IT-beheer, uitbreiding van eigen datacentercapaciteit, versterkt inzetten op open source en bijsturen op lopende IT-projecten.

“De samenleving en technologie veranderen in hoog tempo en stoppen niet bij de grens. De afhankelijkheden die daarbij zijn ontstaan werden lange tijd niet als risico gezien. Maar ons denken verandert”, schrijft Eerenberg in zijn Kamerbrief. Hij voegt daar meteen aan toe dat volledige onafhankelijkheid geen realistisch doel is. Volgens de staatssecretaris blijft de Belastingdienst de komende jaren afhankelijk van niet-Europese technologie, zeker qua infrastructuur.

De Belastingdienst heeft wel een gunstige startpositie. Zo zijn er al eigen datacenters, veel intern gebouwde systemen en een grote professionele IT-organisatie. Dat zorgt ervoor dat de dienst er beter voor staat dan veel andere overheidsinstellingen. Dat neemt niet weg dat er werk aan de winkel is aldus de staatssecretaris. Eerder dit jaar stelden Kamerleden al vragen over de uitbesteding van het btw-systeem aan de Amerikaanse partij FAST Enterprises. Daarbij werden zorgen geuit over de mate van controle die Nederland over dat systeem houdt. De nu gepresenteerde koers is een directe reactie op dat soort signalen.

Vier actielijnen, twee concrete projecten

De strategie draait om een centrale gedachte. Die stelt dat de Belastingdienst zoveel mogelijk zelf ontwikkelt, bouwt en beheert. Daarbij wordt maximaal gebruikgemaakt van digitaal autonome leveranciers. Dat vraagt onder andere om aanpassingen in het inkoopbeleid en aanbestedingsregels, om digitaal autonome partijen te kunnen verkiezen boven niet-autonome alternatieven.

Open source speelt daarin een nadrukkelijke rol. Door meer gebruik te maken van open source software wordt de afhankelijkheid van individuele leveranciers verkleind. De Belastingdienst trekt daarin op met andere ministeries en uitvoerders en wil expertise actief delen.

Wat de nieuwe koers in de praktijk betekent, wordt duidelijk aan de hand van twee projecten. Ten eerste neemt de Belastingdienst bij de modernisering van het omzetbelastingsysteem het hostingbeheer over van de leverancier. De servers verhuizen naar eigen datacenters en eigen medewerkers gaan ze beheren. Ook krijgt de Belastingdienst de controle over software-updates en zijn er juridische stappen gezet om toegang te krijgen als eigenaar tot de broncode.

De keerzijde is dat de uitrol van het nieuwe VAT-refund-systeem hierdoor wordt uitgesteld. De geplande datum van 1 juli 2026 wordt niet gehaald. Voor ondernemers heeft dit voorlopig gelukkig geen gevolgen.

Het tweede project betreft het klantcontactcentrum, waarmee burgers, bedrijven en intermediairs contact hebben met de Belastingdienst, Toeslagen en Douane. Het huidige systeem is verouderd en het contract loopt in 2028 af. Een Europese aanbesteding voor een vervangende voorziening is al in 2024 gestart. Digitale autonomie is daarbij een van de beoordelingscriteria.

Bredere rijkscontext

De ambitie van de Belastingdienst staat niet op zichzelf. Zo publiceerde de rijksoverheid in december 2025 al een visie op digitale autonomie en soevereiniteit. Daarin ging het onder andere over open standaarden en open source als expliciete bouwstenen tegen vendor lock-in. Eerder dit jaar introduceerde de rijksoverheid ook een rijksbrede IT-sourcingstrategie die digitale autonomie als harde randvoorwaarde meeneemt in inkoopbeslissingen. Daarbij past de aanhoudende aandacht voor digitale soevereiniteit bij kritieke overheidsinfrastructuur, zoals ook zichtbaar werd bij de discussie rondom DigiD en de overname van Solvinity.

De Kamer wordt betrokken zodra keuzes voor digitale autonomie gevolgen hebben voor andere prioriteiten, zoals de planning van het IT-portfolio. Eerenberg informeert de Kamer over de uitkomst van de aanbesteding zodra die beschikbaar is.