Innovatie langdurige zorg

IT

Hoe innoveer je de langdurige zorg? De pandemie die de wereld nu al ruim een jaar in zijn greep houdt, heeft zowel vertragend als versnellend op het innovatieproces gewerkt. Een aantal leringen van zorgverzekeraar CZ en zorgorganisatie Cordaan.

Toen in maart 2020 het coronavirus de wereld op z’n kop zette, stond zorgverzekeraar CZ voor een uitdaging, vertelt Menno Jansen, Strategisch Programmamanager Innovatie van CZ. “We wilden zorgorganisaties ondersteunen, maar hoe doe je dat als je als organisatie in een soort overlevingsstand komt te staan?” Organisaties hadden moeite om goed te verwoorden waaraan ze behoefte hadden. ‘Doe maar iets om te kunnen beeldbellen’, hoorden ze wel bij CZ. Jansen: “Maar wij wilden het meteen goed doen, met structurele oplossingen ondersteunen.”

Techniek structureel inbedden

Veel innovatie komt niet voorbij de pilotfase, is de ervaring van CZ. “We zijn gaan kijken hoe we structureel techniek kunnen helpen inbedden in de reguliere zorg, dus voorbij de pilotfase tillen”, aldus Jansen. “Niet door een zak met geld beschikbaar te stellen, maar door mensen bij elkaar te brengen. Leveranciers, productontwikkelaars, zorgorganisaties en zorgverzekeraar.”
Leidende vragen? De behoefte van de patiënt moest met stip op 1 staan. Regionaal bepaald door betrokken zorgorganisaties en zorgverleners. Een tweede uitgangspunt was: Helpt het de zorg? En ten derde moest de zorg betaalbaar blijven. Wat voldeed aan deze drie voorwaarden, werd uitgewerkt in proposities waarop organisaties konden intekenen.
Een voorbeeld van zo’n propositie is het kunnen monitoren van cliënten in hun dagelijks leven, van leefstijl tot mobiliteit. “We hebben daarvoor partijen gezocht die meerdere oplossingen aanbieden”, vertelt Jansen. “We willen leren welke techniek nu voor welk type cliënt het beste werkt. Niet alles aanbieden voor iedere cliënt. Daarbij spelen veel factoren. Denk aan mantelzorgondersteuning; wat is voor de mantelzorger ideaal?”
Ze hebben nog veel meer geleerd van deze aanpak. Innoveren is leren, zegt Jansen. “Niet de techniek moet leidend zijn. Je moet eerst met elkaar het gemeenschappelijke belang definiëren en vervolgens een eindpunt met elkaar afspreken.” Nog zo’n leermoment: techniek moet je kunnen implementeren in je bestaande zorgprocessen. Het ‘stukje techniek’ belandt anders te vaak in een kast. “Het moet de zorgverlener echt helpen.”

Duurzame financiering

De financiering vereist de nodige discussies, is de ervaring van Jansen. Want als je doelmatiger werken als doelstelling hebt, dan levert het een besparing op, terwijl de zorgorganisatie niet gekort wil worden. Jansen: “Maar iedere zorgorganisatie heeft te maken met een arbeidsmarktvraagstuk terwijl de zorgvraag toeneemt. Doelmatiger werken leidt ertoe dat je met hetzelfde aantal medewerkers en dus ook met dezelfde hoeveelheid geld meer zorg kunt leveren. Zo realiseren we met elkaar een duurzaam zorgmodel door innovatie.”
Ten slotte, vindt Jansen, gaat de discussie nu teveel over eenzaamheid of ‘koude zorg’, maar er zijn ook cliënten die helemaal niet zitten te wachten op ieder dag een medewerker over de vloer. Of, als het gaat om tweedelijnszorg, een halve dag moeten reizen naar het ziekenhuis, terwijl het ook met een beeldconsult zou kunnen. Jansen: “Voor CZ is altijd de startvraag: wat vindt de patiënt belangrijk? Je moet bij innovatie de voordelen voor de cliënt én de zorgverlener concreet kunnen benoemen.”

De ervaringen van Cordaan met leefstijlmonitoring

Bij Zorgorganisatie Cordaan heeft de pandemie ervoor gezorgd dat de noodzaak van zorg op afstand meer wordt gevoeld. Maar nadelen zijn er ook. Karen Bruysters is programmamanager innovatie van Cordaan: “Er is door de pandemie nog minder tijd en aandacht voor implementatie. Het kost in eerste instantie meer tijd dan doorgaan met het oude. Instructie geven, is ook lastig op afstand.”
Neem bijvoorbeeld leefstijlmonitoring. Bij Cordaan hebben ze daarvoor sensoren in de woning en een app die de data uit de sensoren omzet naar een leefpatroon. Eventuele afwijkingen leiden tot een signaal. Bruysters: “We hebben discussie over de businesscase. Niet de maatschappelijke, daarvan zijn we wel overtuigd, wel over de financiële, zowel intern als extern. Het wijkteam bijvoorbeeld is niet overtuigd. Zij redeneren dat ze er toch al heengaan om te helpen met douchen. Dan kijken ze meteen even of iemand heeft gegeten.” Maar, zegt Bruysters, het werkt ook andersom. “De cliënt wordt misschien wel iedere dag gedoucht omdat je wilt checken of deze cliënt goed eet en zijn medicijnen inneemt.” Leefstijlmonitoring is met name over een langere periode interessant. Dan kun je objectief trends waarnemen in het gedrag van de cliënt, misschien wel beter dan de medewerker die er iedere dag komt.
Er is weerstand bij zorgmedewerkers. Zij willen niet altijd werken met techniek of ze willen zelf per se langsgaan bij mensen. Bruysters kan evenwel een aantal factoren noemen die innovatie helpen slagen. Altijd beginnen met de groep medewerkers die wel enthousiast zijn, bijvoorbeeld. “Zet de kartrekkers in om de tegenhangers mee te nemen.” Bovendien moet je de tijd nemen voor het proces. Bijvoorbeeld om de organisatie te laten wennen aan de innovatie. “Niet te snel de handdoek in de ring gooien omdat het niet meteen een succes is. Dat doen we in de zorg misschien te snel. We nemen niet genoeg tijd om te zien of het werkt.”
Innovatie betekent goed implementeren, zegt Bruysters. “Daar schort het ook vaak aan. Koppelen met het cliëntinformatiesysteem bijvoorbeeld. Heel logisch, maar het gebeurt niet vanzelf.” Experimenteren betekent bovendien dat niet alles lukt, zegt Bruysters. “Dat hoort allemaal bij innovatie. Maar je moet als organisatie uitstralen dat je dit belangrijk vindt. Het is niet iets voor erbij, voor als je tijd hebt.”

Lees ook:
  • Eerste eOverdracht tussen ziekenhuis en vvt-organisaties
  • Infrastructuur voor EPD of PACS een pijnpunt? Kies voor een ziekenhuis-IaaS

Gerelateerde berichten...

X